ADR Digitaal

Deel 3 - Hoofdstuk 3.1

Lijst van gevaarlijke goederen, bijzondere bepalingen alsmede vrijstellingen inzake gevaarlijke goederen, verpakt in gelimiteerde en vrijgestelde hoeveelheden

3.1

ALGEMENE VOORSCHRIFTEN

3.1.1

Inleiding
Behalve de voorschriften waarnaar in de tabellen van dit deel verwezen wordt of die daarin zijn opgenomen, moeten de algemene voorschriften van alle delen, hoofdstukken en/of secties in acht worden genomen. Deze algemene voorschriften zijn niet opgenomen in de tabellen. Indien een algemeen voorschrift met een bijzondere bepaling in tegenspraak is, gaat de bijzondere bepaling voor.

 

3.1.2

Juiste vervoersnaam
Opmerking: Voor juiste vervoersnamen, gebruikt voor het vervoer van monsters, zie 2.1.4.1.

3.1.2.1

De juiste vervoersnaam is dat deel van de positie dat de goederen in tabel A van hoofdstuk 3.2 het meest nauwkeurig beschrijft, en dat is aangegeven in hoofdletters (cijfers, Griekse letters en de aanduidingen in kleine letters "sec-", "tert-", "m-", "n-", "o-", "p-", maken deel uit van de vervoersnaam). Na de hoofd-vervoersnaam kan tussen haakjes een alternatieve vervoersnaam zijn aangegeven [bijv. ETHANOL (ETHYL ALCOHOL)]. Gedeelten van de positie die in kleine letters staan aangegeven, worden niet beschouwd als bestanddeel van de juiste vervoersnaam

 

3.1.2.2

Indien een combinatie van verscheidene afzonderlijke juiste vervoersnamen onder één en hetzelfde UN-nummer worden genoemd en deze gescheiden zijn door "en" of "of" in kleine letters of door komma's, moet alleen de meest toepasselijke vervoersnaam van de positie op het vervoerdocument of op de kenmerken van het collo worden aangegeven. Voorbeelden die de keuze van de juiste vervoersnaam bij dergelijke posities verduidelijken, zijn:

  1. UN 1057 AANSTEKERS of NAVULPATRONEN VOOR AANSTEKERS

    De juiste vervoersnaam is de meest passende van de volgende mogelijke benamingen:
    • AANSTEKERS
    • NAVULPATRONEN VOOR AANSTEKERS;
  2. UN 2793 BOORSPANEN, FREESSPANEN, DRAAISPANEN of AFVAL VAN FERROMETALEN in voor zelfverhitting vatbare vorm. De juiste vervoersnaam is de meest passende van de volgende combinaties:
    • BOORSPANEN VAN FERROMETALEN
    • FREESSPANEN VAN FERROMETALEN
    • DRAAISPANEN VAN FERROMETALEN
    • AFVAL VAN FERROMETALEN.

 

3.1.2.3

De juiste vervoersnaam mag in het enkelvoud of in het meervoud worden gebruikt. Bovendien is, indien bepaalde begrippen ter verduidelijking als deel van de juiste vervoersnaam worden gebruikt, de volgorde van de woorden op het vervoersdocument of op de kenmerken van het collo facultatief. In plaats van "DIMETHYLAMINE, OPLOSSING IN WATER" mag bijvoorbeeld worden aangegeven "OPLOSSING VAN DIMETHYLAMINE IN WATER ".
Voor goederen van klasse 1 mogen handels- of militaire benamingen, die de juiste vervoersnaam, aangevuld met extra beschrijvende tekst bevatten, worden gebruikt.

 

3.1.2.4

Diverse stoffen hebben zowel een positie voor de vloeibare als de vaste toestand (zie de definities voor vloeistoffen en vaste stoffen in 1.2.1) alsook voor de vaste stof en de oplossing. Deze worden in verschillende UN-nummers ingedeeld, die niet noodzakelijkerwijze na elkaar zijn opgenomen. **1

**1 Details kunnen worden gevonden in de alfabetische lijst (hoofdstuk3.2, tabel B), bijv.:
NITROXYLENEN, VLOEIBAAR 6.1 1665
NITROXYLENEN, VAST 6.1 3447

 

3.1.2.5

Indien een stof, die volgens de definitie in 1.2.1 een vaste stof is, in gesmolten toestand wordt vervoerd of ten vervoer wordt aangeboden, dan moet het woord "GESMOLTEN" ter verduidelijking als deel van de juiste vervoersnaam worden toegevoegd, behalve indien dit reeds in hoofdletters in de benaming, aangegeven in tabel A van hoofdstuk 3.2, is opgenomen (bijv. ALKYLFENOL, VAST, N.E.G., GESMOLTEN).

 

3.1.2.6

Behalve bij zelfontledende stoffen en organische peroxiden en tenzij het reeds in hoofdletters is opgenomen in de benaming, aangegeven in kolom (2) van tabel A van hoofdstuk 3.2, moet het woord "GESTABILISEERD" worden toegevoegd als deel van de juiste vervoersnaam van een stof, die overeenkomstig paragrafen 2.2.X.2 zonder stabilisatie van vervoer zou worden uitgesloten vanwege de neiging om onder normale vervoersomstandigheden gevaarlijk te reageren (bijv.: "GIFTIGE ORGANISCHE VLOEISTOF, N.E.G., GESTABILISEERD").

Indien ter stabilisatie van dergelijke stoffen temperatuurbeheersing wordt gebruikt om de ontwikkeling van een gevaarlijke overdruk of zeer grote hitte te verhinderen, of indien chemische stabilisatie wordt toegepast in combinatie met temperatuurbeheersing, dan moeten:

  1. voor vloeistoffen en vaste stoffen waarbij de SAPT1 **1 (met of zonder inhibitor gemeten wanneer chemische stabilisatie wordt toegepast) lager of gelijk is aan de temperatuur zoals vermeld in 2.2.41.1.21, zijn de voorschriften van 2.2.41.1.17, bijzondere bepaling 386 van hoofdstuk 3.3, 7.1.7 bijzondere bepaling V8 van hoofdstuk 7.2, bijzondere bepaling S4 van hoofdstuk 8.5 en de voorschriften van hoofdstuk 9.6 van toepassing, met dien verstande dat de term “SADT” zoals vermeld in deze paragrafen, wordt geacht ook de “SAPT” te omvatten wanneer de betrokken stof als reactie polymeriseert;
  2. tenzij al aangegeven in hoofdletters bij de in hoofdstuk 3.2, tabel A, kolom (2) weergegeven naam, moet het woord “TEMPERATUURBEHEERSING” worden toegevoegd als onderdeel van de juiste vervoersnaam;
  3. voor gassen: de vervoersvoorwaarden door de bevoegde autoriteit worden goedgekeurd.

 **1 Voor de definitie van self-accelerating polymerization temperature (SAPT), zie 1.2.1.

 

3.1.2.7

Hydraten mogen onder de juiste vervoersnaam voor de watervrije stof worden vervoerd.

 

3.1.2.8

Benaming van algemene posities of “niet elders genoemde” (N.E.G.) posities

3.1.2.8.1

De juiste vervoersnamen van algemene en "niet elders genoemde" posities, waaraan bijzondere bepaling 274 of 318 in kolom (6) van tabel A in hoofdstuk 3.2 is toegekend, moeten worden aangevuld met de technische benaming van goederen, tenzij nationaal recht of een internationale overeenkomst bekendmaking daarvan verbiedt indien het een stof betreft, waarvoor controlemaatregelen gelden.

Voor ontplofbare stoffen van klasse 1 mag de omschrijving van gevaarlijke goederen worden aangevuld met aanvullende omschrijvende tekst voor het aangeven van handelsnamen of militaire benamingen.

Technische benamingen moeten tussen haakjes onmiddellijk na de juiste vervoersnaam vermeld worden. Een geschikte nadere aanduiding, zoals "bevat" of "bevattend" of andere karakteriserende woorden, zoals "mengsel", "oplossing", enz. en het percentage van het technische bestanddeel mag eveneens worden gebruikt. Bijvoorbeeld: "UN 1993 BRANDBARE VLOEISTOF, N.E.G. (BEVAT XYLEEN EN BENZEEN), 3, II".

 

3.1.2.8.2

De technische benaming moet een erkende chemische benaming of biologische benaming zijn of andere benaming die gewoonlijk in wetenschappelijke en technische handboeken, tijdschriften en artikelen gebruikt wordt.

Handelsnamen mogen voor dit doel niet worden gebruikt.

In het geval van pesticiden mag alleen de algemeen gebruikelijke ISO-benaming, een andere benaming in de “Recommended Classification of Pesticides by Hazard and Guidelines to Classification” van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), of de benaming van de werkzame stof(fen) worden gebruikt.

 

3.1.2.8.3

Indien een mengsel van gevaarlijke goederen of een voorwerp dat gevaarlijke goederen bevat, wordt beschreven door middel van één van de "N.E.G." posities of "algemene posities", waaraan in kolom (6) van tabel A in hoofdstuk 3.2 bijzondere bepaling 274 is toegekend, behoeven slechts die twee componenten te worden aangegeven, die bepalend zijn voor de gevaarlijkheid van het mengsel of voorwerp.

Hiervan zijn uitgezonderd de stoffen waarvoor controlemaatregelen gelden en waarvan op grond van nationale wetgeving of een internationaal verdrag bekendmaking uitgesloten is.

Indien een collo dat een mengsel bevat, is geëtiketteerd met een gevaarsetiket dat een bijkomend gevaar aanduidt, moet één van de twee tussen haakjes aangegeven technische benamingen de benaming zijn van de component, die het gebruik van het "bijkomend gevaar" etiket nodig maakt.

Opmerking: zie 5.4.1.2.2.

3.1.3

Oplossingen of mengsels

Opmerking: Indien een stof met name is genoemd in tabel A van hoofdstuk 3.2, moet deze tijdens het vervoer worden geïdentificeerd op grond van de juiste vervoersnaam in kolom (2) van tabel A van hoofdstuk 3.2.

Dergelijke stoffen kunnen technische onzuiverheden (bijvoorbeeld afkomstig van het productieproces) of additieven voor stabiliteit of andere doeleinden bevatten, die de classificatie niet beïnvloeden. Echter, een met name genoemde stof die technische onzuiverheden of additieven voor stabiliteit of andere doeleinden bevat, die de classificatie beïnvloeden, moet worden beschouwd als een oplossing of mengsel (zie 2.1.3.3).

 

3.1.3.1

Een oplossing of mengsel is niet onderworpen aan het ADR indien de kenmerken, eigenschappen, de vorm of de aggregatietoestand van de oplossing of het mengsel zodanig zijn dat deze niet voldoet aan de criteria, met inbegrip van de criteria van menselijke ervaring voor opname in een klasse.

 

3.1.3.2

Een oplossing die of mengsel dat voldoet aan de indelingscriteria van het ADR en die/dat bestaat uit een enkele overheersende stof die met name genoemd is in tabel A van hoofdstuk 3.2 en uit één of meer dan één stof die niet is onderworpen aan het ADR of sporen van één of meer dan één stof, met name genoemd in tabel A van hoofdstuk 3.2, moet worden ingedeeld onder het UN-nummer en de juiste vervoersnaam van de overheersende stof die met name genoemd is in tabel A van hoofdstuk 3.2, tenzij:

  1. de oplossing of het mengsel met name in Tabel A van hoofdstuk 3.2 is genoemd;
  2. de benaming en de beschrijving van de met name genoemd stof in tabel A van hoofdstuk 3.2 uitdrukkelijk aangeven dat deze alleen van toepassing zijn op de zuivere stof;
  3. de klasse, classificatiecode, verpakkingsgroep of aggregatietoestand van de oplossing of het mengsel verschilt van die van de met name in tabel A van hoofdstuk 3.2 genoemde stof; of
  4. de gevaarskenmerken en de eigenschappen van de oplossing of het mengsel noodmaatregelen noodzakelijk maken die verschillen van de maatregelen vereist voor de met name in tabel A van hoofdstuk 3.2 genoemde stof.
    Ter verduidelijking moeten woorden zoals “OPLOSSING” of “MENGSEL”, al naar gelang, als deel van de juiste vervoersnaam worden toegevoegd, bijvoorbeeld “ACETON OPLOSSING”. Bovendien mag de concentratie van het mengsel of de oplossing ook worden aangegeven na de basisomschrijving van het mengsel of de oplossing, “ACETON 75% OPLOSSING”.

 

3.1.3.3

Een oplossing die of een mengsel dat voldoet aan de indelingscriteria van het ADR en niet met name is genoemd in tabel A van hoofdstuk 3.2 en die/dat bestaat uit twee of meer dan twee gevaarlijke goederen, moet worden ingedeeld onder een positie die de juiste vervoersnaam, beschrijving, klasse, classificatiecode en verpakkingsgroep bezit, die het meest precies de oplossing of het mengsel beschrijven.

 

GEVSTOF LOGO NEW

OVER   

Over Gevaarlijkestoffen.NET

Telefoon : +31 (0)850 470486

Mobiel : +31 (0)6 46855372
KvK Rotterdam : 24491885

BLIJF OP DE HOOGTE  
En schrijf je in voor onze nieuwsbrief