ADR Digitaal

Deel 4 - Hoofdstuk 4.1
GEBRUIK VAN VERPAKKINGEN, MET INBEGRIP VAN IBC's EN GROTE VERPAKKINGEN

 

Opmerking: Verpakkingen, met inbegrip van IBC’s en grote verpakkingen, die voorzien zijn van het kenmerk overeenkomstig 6.1.3, 6.2.2.7, 6.2.2.8, 6.2.2.9, 6.2.2.10, 6.3.4, 6.5.2 of 6.6.3 maar die zijn goedgekeurd in een land dat geen Overeenkomstsluitende Partij bij het ADR is, mogen niettemin voor vervoer onder het ADR gebruikt worden.

 

4.1.1

Algemene voorschriften voor het verpakken van gevaarlijke goederen in verpakkingen, met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen

Opmerking: De algemene voorschriften van deze sectie zijn alleen van toepassing op het verpakken van goederen van klassen 2, 6.2 en 7 indien dit is aangegeven in 4.1.8.2 (klasse 6.2), 4.1.9.1.5 (klasse 7) en in de van toepassing zijnde verpakkingsinstructies van 4.1.4 (P201 en LP200 voor klasse 2 en P620, P621, IBC620 en LP621 voor klasse 6.2).

4.1.1.1

Gevaarlijke goederen moeten worden verpakt in verpakkingen, met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen, van goede kwaliteit, die sterk genoeg moeten zijn om de schokken en belastingen die normalerwijze tijdens het vervoer worden ondervonden, te doorstaan, met inbegrip van overslag en tussen laadeenheden en opslagplaatsen alsmede elke verwijdering van een pallet of uit een oververpakking voor daaropvolgende handmatige of machinale behandeling.

De verpakkingen, met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen, moeten op zodanige wijze zijn vervaardigd en gesloten, dat onder normale vervoersomstandigheden ten gevolge van trillingen of van verandering van temperatuur, vochtigheid of druk (bijvoorbeeld als gevolg van hoogte) elk verlies van de inhoud uit het collo, gereed voor verzending, is uitgesloten. Verpakkingen met inbegrip van IBC’s en grote verpakkingen moeten worden gesloten overeenkomstig de door de fabrikant geleverde informatie. Tijdens het vervoer mogen zich aan de buitenzijde van verpakkingen, IBC's en grote verpakkingen geen gevaarlijke resten bevinden.

Deze voorschriften zijn op nieuwe, hergebruikte, gereconditioneerde of omgebouwde verpakkingen en op nieuwe, hergebruikte, gerepareerde of omgebouwde IBC's, alsmede op nieuwe of hergebruikte of omgebouwde grote verpakkingen van toepassing.

 

4.1.1.2

De gedeelten van de verpakkingen, met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen, die in direct contact staan met de gevaarlijke goederen:

  1. mogen niet door deze gevaarlijke goederen worden aangetast of aanmerkelijk worden verzwakt;
  2. mogen geen gevaarlijke werking veroorzaken, bijv. een katalytische reactie of een reactie met de gevaarlijke goederen en
  3. mogen geen permeatie toelaten van gevaarlijke goederen die onder normale vervoersomstandigheden een gevaar zou kunnen vormen.

Zij moeten zo nodig van een geschikte binnenbekleding zijn voorzien of een gelijkwaardige behandeling hebben ondergaan.

Opmerking: Voor de chemische compatibiliteit van kunststof verpakkingen, met inbegrip van IBC's, vervaardigd van polyetheen, zie 4.1.1.21.

 

4.1.1.3

Tenzij elders in het ADR anders is bepaald, moet iedere verpakking, met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen, met uitzondering van binnenverpakkingen, overeenkomen met een ontwerptype, dat volgens de voorschriften van 6.1.5, 6.3.5, 6.5.6 of 6.6.5, al naar gelang, met succes is beproefd. De verpakkingen waarvoor de beproeving niet wordt vereist, zijn vermeld onder 6.1.1.3.

 

4.1.1.4

Indien verpakkingen, met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen, met vloeistoffen worden gevuld, moet voldoende ledige ruimte worden vrijgelaten om zeker te zijn, dat door uitzetting van de vloeistof, ten gevolge van de temperaturen die tijdens het vervoer kunnen worden bereikt, noch verlies van de inhoud, noch blijvende vervorming van de verpakking plaatsvindt. Tenzij specifieke bepalingen zijn voorgeschreven, mogen vloeistoffen bij een temperatuur van 55 °C een verpakking niet volledig vullen.

Er moet hoe dan ook voldoende vrije ruimte in een IBC overblijven om te waarborgen dat hij bij de gemiddelde temperatuur van het los gestorte goed van 50 °C niet voor meer dan 98% van zijn waterinhoud is gevuld. Voor een vultemperatuur van 15 °C moet de maximale vullingsgraad, tenzij anders bepaald, als volgt worden vastgesteld:

ofwel

4.1.1.4 1

dan wel

  1.  
    vullingsgraad =  4.1.1.4 2  % van de inhoud van de verpakking.

    In deze formule is ∝ de gemiddelde kubieke uitzettingscoëfficiënt van de vloeistof tussen 15 °C en 50 °C; dat wil zeggen bij een maximale temperatuurverandering van 35 °C wordt ∝ berekend volgens de formule:
    4.1.1.4 3

    Daarin zijn d15 en d50 de relatieve dichtheden *1 van de vloeistof bij 15 °C en 50 °C en is tF de gemiddelde temperatuur van de vloeistof ten tijde van het vullen.

 *1 De uitdrukking "relatieve dichtheid" (d) wordt beschouwd als synoniem van "volumieke massa (dichtheid)" en wordt overal in dit hoofdstuk gebruikt.

 

4.1.1.5

Binnenverpakkingen moeten in de buitenverpakking op zodanige wijze zijn verpakt, dat zij onder normale vervoersomstandigheden niet kunnen breken of worden doorboord en dat het uittreden van de inhoud in de buitenverpakking wordt vermeden.

Binnenverpakkingen die vloeistoffen bevatten, moeten worden verpakt met hun sluiting naar boven gericht en in buitenverpakkingen worden geplaatst in overeenstemming met de richtinggevende kenmerken voorgeschreven in 5.2.1.10. Binnenverpakkingen, die breekbaar zijn of gemakkelijk doorboord kunnen worden, zoals verpakkingen van glas, porselein of aardewerk of van bepaalde kunststofmaterialen, etc., moeten door toevoeging van geschikte, voor opvulling dienende stoffen in een buitenverpakking worden vastgezet.

Bij lekkage van de inhoud mogen de beschermende eigenschappen van de voor opvulling dienende stoffen en van de buitenverpakking niet aanmerkelijk ongunstig worden beïnvloed.

 

4.1.1.5.1

Indien een buitenverpakking van een samengestelde verpakking of een grote verpakking met succes beproefd is met verschillende typen binnenverpakkingen, dan kunnen verschillende van deze binnenverpakkingen in deze buitenverpakking of grote verpakking worden samengevoegd.

Bovendien zijn, voor zover een gelijkwaardig prestatieniveau gehandhaafd blijft, de volgende variaties van de binnenverpakkingen toegestaan zonder dat het collo aan andere beproevingen moet worden onderworpen:

  1. Binnenverpakkingen met gelijke of kleinere afmetingen mogen worden gebruikt onder voorwaarde dat:
    1. de binnenverpakkingen een gelijksoortige vormgeving hebben als de beproefde binnenverpakkingen (bijv. vorm - rond, rechthoekig, enz.);
    2. het materiaal, gebruikt voor de vervaardiging van de binnenverpakkingen (glas, kunststof, metaal, enz.) een gelijke of hogere weerstand biedt tegen stoot- of stapelkrachten als de oorspronkelijk beproefde binnenverpakking;
    3. de binnenverpakkingen dezelfde of kleinere openingen bezitten en de sluiting vergelijkbaar is uitgevoerd (bijv. schroefkap, druksluiting, enz.);
    4. extra opvulmateriaal in voldoende hoeveelheid gebruikt wordt om de lege tussenruimten op te vullen en elke noemenswaardige beweging van de binnenverpakkingen te verhinderen; en
    5. de binnenverpakkingen op dezelfde wijze georiënteerd zijn in de buitenverpakking als in het beproefde collo.
  2. Een geringer aantal van de beproefde binnenverpakkingen of van de andere, onder a) beschreven soorten binnenverpakkingen mag worden gebruikt, onder voorwaarde dat voldoende opvulmateriaal wordt toegevoegd om de lege tussenruimte(n) op te vullen en elke noemenswaardige beweging van de binnenverpakkingen te verhinderen.

 

4.1.1.5.2

Het gebruik van aanvullende verpakkingen binnen een buitenverpakking (bv. een tussenverpakking of houder binnen een verplichte binnenverpakking) bovenop de vereisten van de verpakkingsvoorschriften is toegestaan, onder voorwaarde dat aan alle desbetreffende voorschriften wordt voldaan, met inbegrip van de voorschriften van 4.1.1.3, en dat, indien van toepassing, geschikt opvulmateriaal wordt gebruikt om verschuiving van de goederen in de verpakking te voorkomen.

 

4.1.1.6

In één en dezelfde buitenverpakking of in grote verpakkingen mogen geen gevaarlijke goederen gezamenlijk worden verpakt met gevaarlijke of andere goederen, die op gevaarlijke wijze met elkaar kunnen reageren en daarbij aanleiding kunnen geven tot:

  1. verbranding of aanmerkelijke warmteontwikkeling;
  2. ontwikkeling van brandbare, verstikkende, oxiderende of giftige gassen;
  3. de vorming van bijtende stoffen; of
  4. de vorming van instabiele stoffen.

Opmerking: Voor bijzondere voorschriften voor gezamenlijke verpakking, zie 4.1.10.

 

4.1.1.7

De sluiting van verpakkingen, die bevochtigde of verdunde stoffen bevatten, moet van zodanige aard zijn, dat het percentage vloeistof (water, oplosmiddel of flegmatiseermiddel) tijdens het vervoer niet onder de voorgeschreven grenswaarden daalt.

 

4.1.1.7.1

Indien twee of meer afsluitsystemen achter elkaar op een IBC zijn aangebracht, moet het systeem dat zich het dichtst bij de vervoerde stof bevindt, het eerst worden gesloten.

 

4.1.1.8

Indien drukontwikkeling in een collo mogelijk is door het vrijkomen van gas uit de inhoud (als gevolg van temperatuurverhoging of andere oorzaken) mag de verpakking of IBC zijn voorzien van een ontluchtingsinrichting, onder voorwaarde dat het vrijgekomen gas geen gevaar oplevert, bijvoorbeeld op grond van de giftigheid of brandbaarheid daarvan of de vrijgekomen hoeveelheid.

Een ontluchtingsinrichting moet zijn aangebracht, indien zich een gevaarlijke overdruk kan ontwikkelen als gevolg van normale ontleding van stoffen. De ontluchtingsinrichting moet zodanig zijn ontworpen dat, indien de verpakking of IBC zich in de voor het vervoer bestemde stand bevindt, onder normale vervoersomstandigheden lekkages van vloeistof en het binnendringen van vreemde stoffen wordt voorkomen.

Opmerking: Ontluchting van het collo is niet toegestaan in geval van luchtvervoer.

 

4.1.1.8.1

Vloeistoffen mogen slechts worden gevuld in binnenverpakkingen die voldoende weerstand kunnen bieden tegen inwendige druk die zich onder normale vervoersomstandigheden kan ontwikkelen.

 

4.1.1.9

Nieuwe, omgebouwde of hergebruikte verpakkingen, met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen, of gereconditioneerde verpakkingen en gerepareerde of routinematig onderhouden IBC's moeten de beproevingen, voorgeschreven in 6.1.5, 6.3.5, 6.5.6 of 6.6.5, al naargelang, kunnen doorstaan.

Vóór het vullen en het ten vervoer aanbieden moet elke verpakking, met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen, worden gecontroleerd en worden vastgesteld, dat geen corrosie, andere schade of verontreiniging aanwezig is en iedere IBC moet worden geïnspecteerd met betrekking tot de juiste werking van de bedrijfsuitrusting. Elke verpakking, die tekenen vertoont van verminderde bestendigheid in vergelijking met het goedgekeurde ontwerptype, mag niet meer worden gebruikt of moet op zodanige wijze worden gereconditioneerd, dat deze de beproevingen van het ontwerptype kan doorstaan.

Elke IBC die tekenen vertoont van verminderde bestendigheid in vergelijking tot het beproefde ontwerptype, mag niet meer worden gebruikt of moet op zodanige wijze worden gerepareerd of routinematig onderhouden, dat deze de beproevingen van het ontwerptype kan doorstaan.

 

4.1.1.10

Vloeistoffen mogen slechts in verpakkingen met inbegrip van IBC's worden verpakt die een voldoende weerstand bezitten tegen de inwendige druk die zich onder normale vervoersomstandigheden kan ontwikkelen.
Verpakkingen en IBC's waarop de hydraulische beproevingsdruk is aangegeven zoals voorgeschreven in respectievelijk 6.1.3.1(d) en 6.5.2.2.1, mogen slechts worden gevuld met een vloeistof:

  1. met een zodanige dampdruk dat de totale overdruk in de verpakking of IBC (d.w.z. dampdruk van de stof in de houder plus partiële druk van lucht of andere inerte gassen, minus 100 kPa) bij 55 °C, gemeten op basis van een hoogste vullingsgraad, volgens het bepaalde in 4.1.1.4, en een vultemperatuur van 15 °C, 2/3 van de in het kenmerk aangegeven beproevingsdruk niet overschrijdt, of
  2. met een dampdruk bij 50 °C die lager is dan 4/7 maal de som van de in het kenmerk aangegeven beproevingsdruk plus 100 kPa, of
  3. met een dampdruk bij 55 °C die lager is dan 2/3 maal de som van de in het kenmerk aangegeven beproevingsdruk plus 100 kPa

IBC's bestemd voor het vervoer van vloeistoffen mogen niet worden gebruikt om vloeistoffen te vervoeren die een dampdruk bezitten van meer dan 110 kPa (1,1 bar) bij 50 °C of 130 kPa (1,3 bar) bij 55 °C.

UN
NR
BENAMING Klasse VP GROEP Vp55 (kPa) Vp55 × 1,5
(kPa)
(Vp55 × 1,5)
minus 100 (kPa)
Vereiste minimale beproevingsdruk (overdruk) onder
6.1.5.5.4 c) (kPa)
Minimale beproevings-druk (overdruk) aan te geven op de
verpakking (kPa)
2056 Tetrahydrofuraan 3 II 70 105 5 100 100
2247 n-Decaan 3 III 1,4 2,1 -97,9 100 100
1593 Dichloormethaan 6.1 III 164 246 146 146 150
1155 Diethylether 3 I 199 299 199 199 250

Opmerking 1: Voor zuivere vloeistoffen kan de dampdruk bij 55 °C (Vp55) vaak worden gevonden in tabellen, gepubliceerd in de wetenschappelijke literatuur.

Opmerking 2: De in de tabel aangegeven minimale beproevingsdrukken hebben alleen betrekking op de toepassing van de aanduidingen onder 4.1.1.10 c), hetgeen betekent dat de aangegeven beproevingsdruk hoger moet zijn dan anderhalf maal de dampdruk bij 55 °C, minus 100 kPa. Indien bijvoorbeeld de beproevingsdruk voor n-decaan wordt bepaald volgens de aanwijzingen van 6.1.5.5.4 a), kan de aan te geven minimale beproevingsdruk lager zijn.

Opmerking 3: Voor diethylether bedraagt de vereiste minimale beproevingsdruk volgens 6.1.5.5.5 250 kPa.

 

4.1.1.11

Lege verpakkingen, met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen, die een gevaarlijke stof hebben bevat, zijn onderworpen aan dezelfde voorschriften als die, welke voor een gevulde verpakking worden vereist, tenzij voldoende maatregelen zijn genomen om elk gevaar teniet te doen.

Opmerking: Wanneer dergelijke verpakkingen voor verwijderingsdoeleinden of voor recycling of hergebruik van het materiaal worden vervoerd, mogen zij ook worden vervoerd onder UN-nummer 3509, mits aan de voorwaarden van bijzondere bepaling 663 van hoofdstuk 3.3 is voldaan.

 

4.1.1.12

Elke afzonderlijke verpakking, zoals omschreven in hoofdstuk 6.1, bestemd voor vloeistoffen, moet voldoen aan een geschikte dichtheidsproef. Deze proef maakt deel uit van een kwaliteitsborgingsprogramma overeenkomstig het bepaalde in 6.1.1.4, dat laat zien dat kan worden voldaanaan het bijbehorende prestatieniveau, aangegeven in 6.1.5.4.3:

  1. voordat de verpakking voor het eerst voor vervoer wordt gebruikt;
  2. na ombouw of reconditionering van een verpakking, voordat deze opnieuw voor het vervoer wordt gebruikt.
    Voor deze beproeving is het niet nodig dat de verpakkingen met hun eigen sluitingen zijn uitgerust. De binnenhouder van een combinatieverpakking mag zonder buitenverpakking worden beproefd, tenzij de betrouwbaarheid van de beproevingsresultaten hierdoor worden verminderd.

Deze beproeving wordt niet vereist voor:

  • binnenverpakkingen van samengestelde verpakkingen of grote verpakkingen;
  • binnenhouders van combinatieverpakkingen (glas, porselein of aardewerk), gemerkt met het symbool "RID/ADR" overeenkomstig 6.1.3.1 a) ii);
  • lichte metalen verpakkingen, gemerkt met het symbool "RID/ADR" overeenkomstig 6.1.3.1 a) ii).

 

4.1.1.13

Verpakkingen, met inbegrip van IBC's, die voor vaste stoffen worden gebruikt die vloeibaar kunnen worden bij temperaturen die tijdens vervoer zouden kunnen worden ondervonden, moeten de stof ook in vloeibare toestand kunnen bevatten.

 

4.1.1.14

Verpakkingen, met inbegrip van IBC's, die gebruikt worden voor poedervormige of korrelvormige stoffen, moeten stofdicht zijn of moeten zijn voorzien van een binnenzak.

 

4.1.1.15

Voor kunststof vaten en jerrycans, IBC's van stijve kunststof en combinatie-IBC's met binnenhouder van kunststof, moet, tenzij door de bevoegde autoriteit anders is bepaald, de toegestane gebruiksduur voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vijf jaar bedragen, gerekend vanaf de datum van fabricage van de houders, behalve wanneer vanwege de aard van de te vervoeren stof een kortere gebruiksduur wordt voorgeschreven.

 

4.1.1.16

Indien ijs als koelmiddel wordt gebruikt, mag het de ongeschonden staat van de verpakking niet aantasten.

 

4.1.1.17

Geschrapt

 

4.1.1.18

Ontplofbare stoffen, zelfontledende stoffen en organische peroxiden
Voor zover in het ADR niet anders is vastgesteld, moeten de verpakkingen, met inbegrip van IBC’s en grote verpakkingen, gebruikt voor goederen van klasse 1, zelfontledende stoffen klasse 4.1 en organische peroxiden van klasse 5.2 voldoen aan de voorschriften voor de groep van middelmatig gevaarlijke goederen (verpakkingsgroep II).

 

4.1.1.19

Gebruik van bergingsverpakkingen en grote bergingsverpakkingen

4.1.1.19.1

Beschadigde, defecte, lekkende of niet voorschriftconforme colli met gevaarlijke goederen, of gevaarlijke goederen die zijn verspreid of vrijgekomen, mogen in bergingsverpakkingen volgens 6.1.5.1.11 alsmede in de in 6.6.5.1.9 genoemde grote bergingsverpakkingen worden vervoerd. Deze mogelijkheid sluit niet het gebruik uit van verpakkingen van grotere afmetingen, IBC’s van het type IIA of grote verpakkingen van een geschikt type en een geschikt prestatieniveau, overeenkomstig de voorwaarden van 4.1.1.19.2 en 4.1.1.19.3.

 

4.1.1.19.2

Geschikte maatregelen moeten worden genomen om buitensporige bewegingen van de beschadigde of lekkende colli binnen een bergingsverpakking of grote bergingsverpakking te verhinderen. Voor zover de bergingsverpakking of grote bergingsverpakking vloeistoffen bevat, moet een voldoende hoeveelheid absorberend materiaal worden toegevoegd, om de aanwezigheid van vrije vloeistof uit te sluiten.

 

4.1.1.19.3

Er moeten geschikte maatregelen worden getroffen om te garanderen dat geen gevaarlijke drukverhoging plaatsvindt.

 

4.1.1.20

Gebruik van bergingsdrukhouders

4.1.1.20.1

In geval van beschadigde, defecte, lekkende of niet voorschriftconforme drukhouders mogen bergingsdrukhouders overeenkomstig 6.2.3.11 worden gebruikt.

Opmerking: Een bergingsdrukhouder mag overeenkomstig 5.1.2 als oververpakking worden gebruikt. Bij gebruik als oververpakking moeten de kenmerken van 5.1.2.1 in plaats van die van 5.2.1.3 zijn aangebracht.

 

4.1.1.20.2

Drukhouders moeten in bergingsdrukhouders van geschikte grootte worden geplaatst. De maximumgrootte van de geplaatste drukhouder is beperkt tot een waterinhoud van 1000 liter.

Het plaatsen van meer dan één drukhouder in één en dezelfde bergingsdrukhouder is alleen toegestaan als de stoffen in de drukhouders bekend zijn en niet gevaarlijk met elkaar kunnen reageren (zie 4.1.1.6).

In dit geval mogen de geplaatste drukhouders een waterinhoud hebben van ten hoogste 1000 liter. Er moeten passende maatregelen worden genomen om verplaatsing van de drukhouders in de bergingsdrukhouder te verhinderen (bijv. vastzetten van de drukhouders of gebruik van schotten of opvulmateriaal).

 

4.1.1.20.3

Een drukhouder mag alleen in een bergingsdrukhouder worden geplaatst indien:

  1. De bergingsdrukhouder voldoet aan de voorschriften van 6.2.3.11 en een afschrift van het certificaat van goedkeuring beschikbaar is;
  2. Delen van de bergingsdrukhouder die rechtstreeks met de gevaarlijke goederen in aanraking komen of waarschijnlijk zullen komen, door die gevaarlijke goederen niet aangetast of verzwakt worden en geen gevaarlijk effect (zoals het katalyseren van een reactie of het reageren met de gevaarlijke goederen) veroorzaken; en
  3. Druk en volume van de inhoud van de omsloten drukhouder(s) zodanig beperkt zijn dat bij volledig wegvloeien van die inhoud in de bergingsdrukhouder de druk in de bergingsdrukhouder bij 65 °C de beproevingsdruk ervan niet overschrijdt (zie voor gassen verpakkingsinstructie P200 (3) in 4.1.4.1). Hierbij moet de afname in bruikbare waterinhoud van de bergingsdrukhouder, bijv. door daarin mogelijk aanwezige apparatuur en opvulmaterialen, in aanmerking worden genomen.

 

4.1.1.20.4

Op de voor het vervoer gebruikte bergingsdrukhouder moeten zijn aangebracht: de juiste vervoersnaam; het UN-nummer voorafgegaan door de letters "UN"; en de voor colli in hoofdstuk 5.2 voorgeschreven etikettering die op de gevaarlijke goederen in de omsloten drukhouder(s) van toepassing is.

 

4.1.1.20.5

Bergingsdrukhouders moeten na ieder gebruik schoongemaakt, gespoeld en zowel in- als uitwendig visueel geïnspecteerd worden. Zij moeten overeenkomstig 6.2.3.5 periodiek, ten minste eenmaal per vijf jaar, worden onderzocht en beproefd.

 

4.1.1.21

Verificatie van de chemische compatibiliteit van kunststof verpakkingen, met inbegrip van IBC's, door assimilatie van vulstoffen aan standaardvloeistoffen

4.1.1.21.1

Toepassingsgebied
Voor verpakkingen van polyetheen, zoals gespecificeerd in 6.1.5.2.6, alsmede voor IBC's van polyetheen, zoals gespecificeerd in 6.5.6.3.5, mag de chemische compatibiliteit met vulstoffen worden aangetoond door assimilatie aan standaardvloeistoffen volgens de procedures, zoals uiteengezet in 4.1.1.21.3 t/m 4.1.1.21.5 en onder gebruikmaking van de lijst in tabel 4.1.1.21.6, onder voorwaarde dat de afzonderlijke ontwerptypen met deze standaardvloeistoffen zijn beproefd overeenkomstig 6.1.5 of 6.5.6, rekening houdend met 6.1.6, en dat aan de voorwaarden in 4.1.1.21.2 wordt voldaan.

Indien assimilatie volgens deze subsectie niet mogelijk is, moet de chemische compatibiliteit worden aangetoond door middel van beproeving van het ontwerptype overeenkomstig 6.1.5.2.5 of door middel van laboratoriumbeproevingen volgens 6.1.5.2.7 voor verpakkingen en volgens 6.5.6.3.3 of 6.5.6.3.6 voor IBC's.

Opmerking: Ongeacht de bepalingen van deze subsectie is het gebruik van verpakkingen, met inbegrip van IBC's, voor een specifieke vulstof onderworpen aan de beperkingen van tabel A van hoofdstuk 3.2 en aan de verpakkingsinstructies in hoofdstuk 4.1.

 

4.1.1.21.2

Voorwaarden
De relatieve dichtheden van de vulstoffen mogen niet meer bedragen dan die welke gebruikt zijn om de hoogte te bepalen voor de met goed gevolg overeenkomstig 6.1.5.3.5 of 6.5.6.9.4 uitgevoerde valproef en om de massa te bepalen voor de met goed gevolg overeenkomstig 6.1.5.6, of zo nodig overeenkomstig 6.5.6.6, uitgevoerde stapelproef met de geassimileerde standaardvloeistof(fen).

De dampdrukken van de vulstoffen bij 50 °C of 55 °C mogen niet hoger zijn dan die welke gebruikt zijn om de druk te bepalen voor de met goed gevolg overeenkomstig 6.1.5.5.4 of 6.5.6.8.4.2 uitgevoerde beproeving met inwendige druk (hydraulische proefpersing) met de geassimileerde standaardvloeistof(fen).

In het geval dat vulstoffen worden geassimileerd aan een combinatie van standaardvloeistoffen, mogen de overeenkomstige waarden van de vulstoffen niet meer bedragen dan de aan de toegepaste valhoogten, stapelmassa’s en inwendige beproevingsdrukken ontleende minimumwaarden van de geassimileerde standaardvloeistoffen.

Voorbeeld: UN 1736 Benzoylchloride wordt geassimileerd aan de combinatie van standaardvloeistoffen "Koolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof". De stof heeft een dampdruk van 0,34 kPa bij 50 °C en een relatieve dichtheid van ongeveer 1,2.

Beproevingen van het ontwerptype voor kunststof vaten en jerrycans werden vaak uitgevoerd op de minimaal vereiste prestatieniveaus. In de praktijk betekent dit dat de stapelproef gewoonlijk wordt uitgevoerd met stapelbelastingen die slechts rekening houden met een relatieve dichtheid van 1,0 voor het "koolwaterstofmengsel" en een relatieve dichtheid van 1,2 voor de "oplossing van oppervlakte-actieve stof" (zie de definitie van standaardvloeistoffen in 6.1.6).

Dientengevolge kan de chemische compatibiliteit van dergelijke beproefde ontwerptypen voor benzoylchloride niet worden aangetoond wegens het ontoereikende prestatieniveau voor het ontwerptype met de standaardvloeistof "koolwaterstofmengsel". (Omdat de toegepaste hydraulische inwendige beproevingsdruk in de meeste gevallen ten minste 100 kPa is, wordt de dampdruk van benzoylchloride door een dergelijk prestatieniveau volgens 4.1.1.10 wel afgedekt.)

Alle componenten van een vulstof, die een oplossing, mengsel of preparaat kan zijn, zoals oppervlakte-actieve stoffen in reinigingsmiddelen en desinfectiemiddelen, moeten, ongeacht of ze gevaarlijk of niet-gevaarlijk zijn, in de assimilatieprocedure worden opgenomen.

 

4.1.1.21.3

Assimilatieprocedure
De volgende stappen moeten worden ondernomen om vulstoffen te assimileren aan de in tabel 4.1.1.21.6 vermelde stoffen of groepen van stoffen (zie ook het stroomschema in afbeelding 4.1.1.21.1):

  1. Deel de vulstof in volgens de procedures en criteria van deel 2 (bepaling van het UN-nummer en de verpakkingsgroep);
  2. Ga naar het UN-nummer in kolom (1) van tabel 4.1.1.21.6, indien deze daarin is opgenomen;
  3. Kies, indien er meer dan één positie voor dit UN-nummer is, de regel die overeenstemt met de aanduidingen van verpakkingsgroep, concentratie, vlampunt, de aanwezigheid van niet-gevaarlijke bestanddelen enz. door middel van de in de kolommen (2a), (2b) en (4) gegeven informatie.
    Indien dit niet mogelijk is, moet de chemische compatibiliteit worden aangetoond overeenkomstig 6.1.5.2.5 of 6.1.5.2.7 voor verpakkingen en overeenkomstig 6.5.6.3.3 of 6.5.6.3.6 voor IBC's (zie echter in het geval van waterige oplossingen 4.1.1.21.4);
  4. Indien het UN-nummer en de verpakkingsgroep van de op grond van a) bepaalde vulstof niet in de assimilatielijst is opgenomen, moet de chemische compatibiliteit worden gecontroleerd volgens 6.1.5.2.5 of 6.1.5.2.7 voor verpakkingen en volgens 6.5.6.3.3 of 6.5.6.3.6 voor IBC's;
  5. Pas de "Regel voor verzamelaanduidingen" toe, zoals beschreven in 4.1.1.21.5, indien dit in kolom (5) van de gekozen regel wordt aangegeven;
  6. De chemische compatibiliteit van de vulstof mag worden beschouwd als zijnde aangetoond, rekening houdend met 4.1.1.1 en 4.1.1.21.2, indien de met name genoemde stof is geassimileerd aan een standaardvloeistof of een combinatie van standaardvloeistoffen in kolom (5) en het ontwerptype voor die standaardvloeistof(fen) is toegelaten.

 4.1.1.21.1

 

4.1.1.21.4

Waterige oplossingen
Waterige oplossingen van stoffen en groepen van stoffen die overeenkomstig 4.1.1.21.3 aan specifieke standaardvloeistof(fen) zijn geassimileerd, mogen ook aan die standaardvloeistof(fen) worden geassimileerd onder voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  1. aan de waterige oplossing kan overeenkomstig de criteria van 2.1.3.3 hetzelfde UN-nummer worden toegekend als de in de assimilatielijst vermelde stof, en
  2. de waterige oplossing wordt niet apart op een andere plaats met name vermeld in de assimilatielijst in 4.1.1.21.6, en
  3. er vindt geen chemische reactie plaats tussen de gevaarlijke stof en het water als oplosmiddel.

    Voorbeeld: Waterige oplossingen van UN 1120 tert-butanol:

    • Zuivere tert-butanol zelf wordt in de assimilatielijst ingedeeld bij de standaardvloeistof "azijnzuur".
    • Waterige oplossingen van tert-butanol kunnen overeenkomstig 2.1.3.3 worden ingedeeld onder de positie UN 1120 BUTANOLEN, want de waterige oplossing van tert-butanol wijkt niet af van de posities van de zuivere stoffen met betrekking tot de klasse, de verpakkingsgroep(en) en de fysische toestand. Voorts is de positie "1120 BUTANOLEN" niet expliciet beperkt tot de zuivere stoffen, en waterige oplossingen van deze stoffen worden niet uitdrukkelijk op een andere manier met name genoemd in tabel A van hoofdstuk 3.2 en evenmin in de assimilatielijst.
    • UN 1120 BUTANOLEN reageren onder normale vervoersomstandigheden niet met water.

Bijgevolg mogen waterige oplossingen van UN 1120 tert-butanol worden geassimileerd aan de standaardvloeistof "azijnzuur".

 

4.1.1.21.5

Regel voor verzamelaanduidingen
Voor de assimilatie van vulstoffen waarvoor in kolom (5) "Regel voor verzamelaanduidingen" staat aangegeven, moeten de volgende stappen worden ondernomen en moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan (zie ook het stroomschema in afbeelding 4.1.1.21.2):

  1. Voer de assimilatieprocedure uit voor elke gevaarlijke component van de oplossing, het mengsel of preparaat overeenkomstig 4.1.1.21.3 met inachtneming van de voorwaarden in 4.1.1.21.2. In het geval van algemene posities hoeft met componenten waarvan bekend is dat ze hoogmoleculair polyethyleen niet aantasten (bijv. vaste pigmenten in UN 1263 VERF of VERF-VERWANTE PRODUCTEN) geen rekening te worden gehouden;

  2. Een oplossing, mengsel of preparaat kan niet aan een standaardvloeistof worden geassimileerd, indien:

    1. het UN-nummer en de verpakkingsgroep van één of meer van de gevaarlijke componenten niet in de assimilatielijst voorkomt; of
    2. voor één of meer van de componenten de "Regel voor verzamelaanduidingen" wordt aangegeven in kolom (5) van de assimilatielijst; of
    3. (met uitzondering van UN 2059 NITROCELLULOSE, OPLOSSING, BRANDBAAR) de classificatiecode van één of meer van de gevaarlijke componenten afwijkt van die van de oplossing, het mengsel of het preparaat.

  3. Indien alle gevaarlijke componenten in de assimilatielijst worden vermeld, hun classificatiecodes in overeenstemming zijn met de classificatiecode van de oplossing, het mengsel of het preparaat zelf en in kolom (5) alle gevaarlijke bestanddelen worden geassimileerd aan dezelfde standaardvloeistof of combinatie van standaardvloeistoffen, mag de chemische compatibiliteit van de oplossing, het mengsel of het preparaat worden beschouwd als zijnde gecontroleerd, met inachtneming van 4.1.1.19.1 en 4.1.1.19.2;

  4. Indien alle gevaarlijke bestanddelen in de assimilatielijst worden vermeld, hun classificatiecodes in overeenstemming zijn met de classificatiecode van de oplossing, het mengsel of het preparaat zelf, maar in kolom (5) verschillende standaardvloeistoffen worden aangegeven, mag de chemische compatibiliteit alleen voor de volgende combinaties van standaardvloeistoffen worden beschouwd als zijnde aangetoond, met inachtneming van 4.1.1.21.1 en 4.1.1.21.2:

    1. water / salpeterzuur 55 %; met uitzondering van anorganische zuren met de classificatiecode C1, welke worden ingedeeld bij de standaardvloeistof "water";
    2. water / oplossing van oppervlakte-actieve stof;
    3. water / azijnzuur;
    4. water / koolwaterstofmengsel;
    5. water / n-butylacetaat – oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat.

  5. Binnen het bestek van deze regel wordt chemische compatibiliteit als niet aangetoond beschouwd voor andere combinaties van standaardvloeistoffen dan die welke gespecificeerd zijn onder d), alsmede voor alle onder b) gespecificeerde gevallen. In dergelijke gevallen moet de chemische compatibiliteit op een andere manier worden aangetoond [zie 4.1.1.21.3 d)].

Voorbeeld 1: Mengsel van UN 1940 THIOGLYCOLZUUR (50%) en UN 2531 METHACRYLZUUR, GESTABILISEERD (50%); classificatie van het mengsel: UN 3265 BIJTENDE ZURE ORGANISCHE VLOEISTOF, N.E.G.

  • Zowel de UN-nummers van de componenten als het UN-nummer van het mengsel zijn in de assimilatielijst opgenomen;
  • Zowel de componenten als het mengsel hebben dezelfde classificatiecode: C3;
  • UN 1940 THIOGLYCOLZUUR wordt geassimileerd aan de standaardvloeistof "azijnzuur" en UN 2531 METHACRYLZUUR, GESTABILISEERD wordt geassimileerd aan de standaardvloeistof "n-butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat". Volgens paragraaf d) is dit geen aanvaardbare combinatie van standaardvloeistoffen. De chemische compatibiliteit van het mengsel moet op een andere manier worden aangetoond.

Voorbeeld 2: Mengsel van UN 1793 ISOPROPYLFOSFAAT (50%) en UN 1803 FENOLSULFONZUUR, VLOEIBAAR (50%); classificatie van het mengsel: UN 3265 BIJTENDE ZURE ORGANISCHE VLOEISTOF, N.E.G.

  • Zowel de UN-nummers van de componenten als het UN-nummer van het mengsel zijn in de assimilatielijst opgenomen;
  • Zowel de componenten als het mengsel hebben dezelfde classificatiecode: C3;
  • UN 1793 ISOPROPYLFOSFAAT wordt geassimileerd aan de standaardvloeistof "oplossing van oppervlakte-actieve stof" en UN 1803 FENOLSULFONZUUR, VLOEIBAAR wordt geassimileerd aan de standaardvloeistof "water". Volgens paragraaf d) is dit een van de aanvaardbare combinaties van standaardvloeistoffen. Bijgevolg mag de chemische compatibiliteit voor dit mengsel worden beschouwd als te zijn aangetoond, onder voorwaarde dat het ontwerptype van de verpakking voor de standaardvloeistoffen "oplossing van oppervlakte-actieve stof" en "water" is toegelaten.

 

4.1.1.21.6

Assimilatielijst
In de volgende tabel (assimilatielijst) zijn de gevaarlijke stoffen opgenomen in de numerieke volgorde van hun UN-nummers. In het algemeen gaat elke regel over een gevaarlijke stof, individuele positie of verzamelaanduiding aangeduid door een specifiek UN-nummer. Voor hetzelfde UN-nummer kunnen echter verscheidene opeenvolgende regels worden gebruikt, indien stoffen die tot hetzelfde UN-nummer behoren verschillende benamingen hebben (bijv. afzonderlijke isomeren van een groep van stoffen), verschillende chemische eigenschappen, verschillende fysische eigenschappen en/of verschillende vervoersvoorwaarden. In dergelijke gevallen is de individuele positie of verzamelaanduiding binnen de specifieke verpakkingsgroep de laatste van dergelijke opeenvolgende regels.


De kolommen (1) t/m (4) van tabel 4.1.1.21.6, die op vergelijkbare wijze gestructureerd is als tabel A van hoofdstuk 3.2, worden gebruikt om de stof te identificeren in de zin van deze subsectie. De laatste kolom geeft de standaardvloeistof(fen) aan waaraan de stof kan worden geassimileerd.
Verklarende opmerkingen voor elke kolom:

  • Kolom (1) UN-nr.
    Bevat het UN-nummer:
    • van de gevaarlijke stof, indien aan de stof een eigen specifiek UN-nummer is toegewezen, of
    • van de verzamelaanduiding, waarbij niet met name genoemde gevaarlijke stoffen volgens de criteria (“beslissingsschema's”) van deel 2 zijn ingedeeld.
  • Kolom (2a) Juiste vervoersnaam of technische benaming
    Bevat de benaming van de stof, resp. de benaming van de individuele positie, die verscheidene isomeren kan omvatten, of de benaming van de verzamelaanduiding zelf. De aangegeven benaming kan afwijken van de van toepassing zijnde juiste vervoersnaam.
  • Kolom (2b) Omschrijving
    Bevat een beschrijvende tekst om het toepassingsgebied van de positie duidelijk te maken in die gevallen waarin de classificatie, de vervoersomstandigheden en/of de chemische compatibiliteit van de stof kunnen variëren.
  • Kolom (3a) Klasse
    Bevat het nummer van de klasse, waar de gevaarlijke stof onder valt. Dit nummer van de klasse wordt toegekend overeenkomstig de procedures en criteria van deel 2.
  • Kolom (3b) Classificatiecode
    Bevat de classificatiecode van de gevaarlijke stof in overeenstemming met de procedures en criteria van deel 2.
  • Kolom (4) Verpakkingsgroep
    Bevat de verpakkingsgroep(en) (I, II of III) waarin de gevaarlijke stof is ingedeeld in overeenstemming met de procedures en criteria van deel 2. Bepaalde stoffen worden niet in verpakkingsgroepen ingedeeld.
  • Kolom (5) Standaardvloeistof
    Deze kolom geeft als exacte informatie, hetzij een standaardvloeistof, hetzij een combinatie van standaardvloeistoffen waaraan de stof kan worden geassimileerd, hetzij een verwijzing naar de regel voor verzamelaanduidingen in 4.1.1.21.5.

UN-NRJUISTE VERVOERSNAAM OF TECHNISCHE BENAMINGOMSCHRIJVING KLASSECLASS
CODE
VP
GROUP
STANDAARDVLOEISTOF
1090Aceton3F1IIKoolwaterstofmengsel Opmerking: is alleen van toepassing, indien kan worden aangetoond dat de permeatie van de stof uit het voor vervoer bestemde collo een aanvaardbaar niveau heeft
1093Acrylnitril,gestabiliseerd3FT1In-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1104Amylacetatenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1105Pentanolenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1II/IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1106Amylaminenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3FCII/IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1109Amylformiatenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1120Butanolenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1II/IIIAzijnzuur
1123Butylacetatenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1II/IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1128n-Butylformiaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1129Butyraldehyde3F1IIKoolwaterstofmengsel
1133Lijmenmet brandbare vloeistof3F1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1139Beschermlak, oplossingmet inbegrip van voor industriële of andere doeleinden gebruikte oppervlaktebehandelinge n of deklagen, zoals beschermlaag voor voertuigcarrosserieën, bekleding van vaten3F1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1145Cyclohexaan3F1IIKoolwaterstofmengsel
1146Cyclopentaan3F1IIKoolwaterstofmengsel
1153Ethyleenglycoldiethyl- ether3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
1154Diethylamine3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1158Diisopropylamine3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1160Dimethylamine oplossing in water3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1165Dioxaan3F1IIKoolwaterstofmengsel
1169Extracten, aromatisch, vloeibaar3F1II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1170Ethanol (ethylalcohol) of Ethanol, oplossing (ethylalcohol, oplossing)waterige oplossing3F1II/IIIAzijnzuur
1171Ethyleenglycolmono- ethylether3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
1172Ethyleenglycolmono- ethyletheracetaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
1173Ethylacetaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
11772-Ethylbutylacetaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
11782-Ethylbutyraldehyde3F1IIKoolwaterstofmengsel
1180Ethylbutyraat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1188Ethyleenglycolmono- methylether3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
1189Ethyleenglycolmono- methyletheracetaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
1190Ethylformiaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1191Octylaldehydenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIIKoolwaterstofmengsel
1192Ethyllactaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1195Ethylpropionaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1197Extracten, smaakstoffen, vloeibaar3F1II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1198Formaldehyde, oplossing, brandbaarOplossing in water, vlampunt tussen 23 °C en 60 °C3FCIIIAzijnzuur
1202Dieselolieovereenkomstig EN 590:2013 + A1:2017 of met een vlampunt van ten hoogste 100 °C3F1IIIKoolwaterstofmengsel
1202GasolieVlampunt ten hoogste 100 °C3F1IIIKoolwaterstofmengsel
1202Stookolie, lichtextra licht3F1IIIKoolwaterstofmengsel
1202Stookolie, lichtovereenkomstig EN 590:2013 + A1:2017 of met een vlampunt van ten hoogste 100 °C3F1IIIKoolwaterstofmengsel
1203Benzine (motorbrandstof) 3F1IIKoolwaterstofmengsel
1206Heptanenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIKoolwaterstofmengsel
1207Hexaldehyden-Hexaldehyde3F1IIIKoolwaterstofmengsel
1208Hexanenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIKoolwaterstofmengsel
1210Drukinkt of Drukinkt-verwante productenBrandbaar, waaronder begrepen drukinktverdunners of drukinktoplosmiddelen3F1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1212Isobutanol (isobutylalcohol)3F1IIIAzijnzuur
1213Isobutylacetaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1214Isobutylamine3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1216Isooctenenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIKoolwaterstofmengsel
1219Isopropylalcohol (isopropanol)3F1IIAzijnzuur
1220Isopropylacetaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1221Isopropylamine3FCIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1223Kerosine3F1IIIKoolwaterstofmengsel
12243,3-Dimethyl-2-butanon3F1IIKoolwaterstofmengsel
1224Ketonen, vloeibaar, n.e.g3F1II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1230Methanol3FT1IIAzijnzuur
1231Methylacetaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1233Methylamylacetaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1235Methylamine, oplossing in water3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1237Methylbutyraat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1247Methylmethacrylaat, monomeer, gestabiliseerd3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1248Methylpropionaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1262Octanenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIKoolwaterstofmengsel
1263Verf of Verf-verwante productenwaaronder begrepen verf, lakverf, emaillak, beits, schellak, vernis, polijstmiddel, vloeibare plamuur en vloeibare lakbasis of waaronder begrepen verfverdunners en verfoplosmiddelen3F1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1265Pentanenn-Pentaan3F1IIKoolwaterstofmengsel
1266Parfumerieproductenmet brandbare oplosmiddelen3F1II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1268Koolteernaftadampdruk bij 50 °C ten hoogste 110 kPa3F1IIKoolwaterstofmengsel
1268Aardoliedestillaten, n.e.g.
of Aardolieproducten, n.e.g.
3F1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1274n-Propanol
(n-propylalcohol)
3F1II/IIIAzijnzuur
1275Propionaldehyde3F1IIKoolwaterstofmengsel
1276n-Propylacetaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1277Propylaminen-Propylamine3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1281Propylformiatenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1282Pyridine3F1IIKoolwaterstofmengsel
1286Harsolie3F1II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1287Rubbersolutie3F1II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1296Triethylamine3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1297Trimethylamine, oplossing in waterten hoogste 50 massa-% trimethylamine3FCI/II/IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1301Vinylacetaat, gestabiliseerd3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1306Houtconserverings- middelen, vloeibaar3F1II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1547Aniline6.1T1IIAzijnzuur
1590Dichlooranilinen, vloeibaarzuivere isomeren en mengsel van isomeren6.1T1IIAzijnzuur
1602Kleurstof, vloeibaar, giftig, n.e.g. of Halffabrikaat voor kleurstof, vloeibaar, giftig, n.e.g.6.1T1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1604Ethyleendiamine8CF1IIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1715Azijnzuuranhydride8CF1IIAzijnzuur
1717Acetylchloride3FCIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1718Butylfosfaat8C3IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
1719Waterstofsulfidewaterige oplossing8C5IIIAzijnzuur
1719Bijtende alkalische vloeistof, n.e.g.anorganisch8C5II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1730Antimoonpentachloride, vloeibaarzuiver8C1IIWater
1736Benzoylchloride8C3IIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1750Chloorazijnzuur, oplossingwaterige oplossing6.1TC1IIAzijnzuur
1750Chloorazijnzuur, oplossingmengsels van mono- en dichloorazijnzuur6.1TC1IIAzijnzuur
1752Chlooracetylchloride6.1TC1In-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
1755Chroomzuur, oplossingoplossing in water met ten hoogste 30% chroomzuur8C1II/IIISalpeterzuur
1760Cyaanamideoplossing in water met ten hoogste 50% cyaanamide8C9IIWater
1760O,O-Diethyldithio- fosforzuur8C9IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1760O,O-Diisopropyl- dithiofosforzuur8C9IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
1760O,O-Di-n-propyl- dithiofosforzuur8C9IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
1760Bijtende vloeistof, n.e.g.vlampunt hoger dan 60 °C8C9I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1761Koperethyleendiamine, oplossingwaterige oplossing8CT1II/IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1764Dichloorazijnzuur8C3IIAzijnzuur
1775Fluorboorzuuroplossing in water met ten hoogste 50% fluorboorzuur8C1IIWater
1778Silicofluorwaterstofzuur8C1IIWater
1779Mierenzuurmet meer dan 85 massa- % zuur8C3IIAzijnzuur
1783Hexamethyleendiamine, oplossingwaterige oplossing8C7II/IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
1787Joodwaterstofzuurwaterige oplossing8C1II/IIIWater
1788Broomwaterstofzuurwaterige oplossing8C1II/IIIWater
1789Chloorwaterstofzuur (zoutzuur)ten hoogste 38%, oplossing in water8C1II/IIIWater
1790Fluorwaterstofzuurmet ten hoogste 60% fluorwaterstofzuur8CT1IIWater, toelaatbare gebruiksduur:
ten hoogste 2 jaar
1791Hypochloriet, oplossingoplossing in water, met oppervlakte-actieve stoffen, zoals in de handel gebruikelijk is8C9II/IIISalpeterzuur en oplossing van oppervlakte-actieve stof *
1791Hypochloriet, oplossingwaterige oplossing8C9II/IIISalpeterzuur *
*) Voor UN 1791: Beproeving mag alleen worden uitgevoerd met ontluchtingsinrichting. Indien de beproeving met salpeterzuur als standaardvloeistof wordt uitgevoerd, moet een zuurbestendige ontluchtingsinrichting en dito pakking worden gebruikt. Indien de beproeving wordt uitgevoerd met hypochlorietoplossingen zelf, zijn ontluchtingsinrichtingen en pakkingen van hetzelfde ontwerptype, die bestand zijn tegen hypochloriet (bijv. van
siliconenrubber), maar niet bestand tegen salpeterzuur, ook toegestaan.
1793Isopropylfosfaat8C3IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
1802Perchloorzuuroplossing in water met ten hoogste 50 massa-% zuur8CO1IIWater
1803Fenolsulfonzuur, vloeibaarmengsel van isomeren8C3IIWater
1805Fosforzuur, oplossing8C1IIIWater
1814Kaliumhydroxide, oplossingwaterige oplossing8C5II/IIIWater
1824Natriumhydroxide, oplossingwaterige oplossing8C5II/IIIWater
1830Zwavelzuurmet meer dan 51% zuiver zuur8C1IIWater
1832Zwavelzuur, afgewerktchemisch stabiel8C1IIWater
1833Zwaveligzuur8C1IIWater
1835Tetramethylammonium- hydroxide, oplossingoplossing in water, vlampunt hoger dan 60 °C8C7IIWater
1840Zinkchloride, oplossingwaterige oplossing8C1IIIWater
1848Propionzuurmet ten minste 10 massa- % en minder dan 90 massa-% zuur8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1862Ethylcrotonaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1863Brandstof voor straalvliegtuigen3F1I/II/IIIKoolwaterstofmengsel
1866Hars, oplossingbrandbaar3F1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1902Diisooctylfosfaat8C3IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
1906Afvalzwavelzuur8C1IISalpeterzuur
1908Chloriet, oplossingwaterige oplossing8C9II/IIIAzijnzuur
1914Butylpropionaten3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1915Cyclohexanon3F1IIIKoolwaterstofmengsel
1917Ethylacrylaat, gestabiliseerd3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
1919Methylacrylaat, gestabiliseerd3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
1920Nonanenzuivere isomeren en mengsel van isomeren, vlampunt tussen 23 °C en 60 °C3F1IIIKoolwaterstofmengsel
1935Cyanide, oplossing, n.e.g.anorganisch6.1T4I/II/IIIWater
1940Thioglycolzuur8C3IIAzijnzuur
1986Alcoholen, brandbaar, giftig, n.e.g.3FT1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1987Cyclohexanoltechnisch zuiver3F1IIIAzijnzuur
1987Alcoholen, n.e.g.3F1II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1988Aldehyden, brandbaar, giftig, n.e.g.3FT1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1989Aldehyden, n.e.g.3F1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
19922,6-cis-Dimethylmorfoline3FT1IIIKoolwaterstofmengsel
1992Brandbare vloeistof, giftig, n.e.g.3FT1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
1993Propionzure vinylester3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1993(1-Methoxy-2-propyl)- acetaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
1993Brandbare vloeistof, n.e.g.3F1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
2014Waterstofperoxide, oplossing in watermet ten minste 20%, maar ten hoogste 60% waterstofperoxide, zo nodig gestabiliseerd5.1OC1IISalpeterzuur
2022Cresylzuurvloeibaar mengsel met cresolen, xylenolen en methylfenolen6.1TC1IIAzijnzuur
2030Hydrazine, oplossing in watermet ten minste 37 massa- %, maar ten hoogste 64 massa-% hydrazine8CT1IIWater
2030Hydrazinehydraatoplossing in water met 64% hydrazine8CT1IIWater
2031Salpeterzuuranders dan roodrokend salpeterzuur, met ten hoogste 55% zuiver zuur8CO1IISalpeterzuur
2045Isobutyraldehyde3F1IIKoolwaterstofmengsel
2050Diisobutyleen, isomere verbindingen3F1IIKoolwaterstofmengsel
2053Methylisobutylcarbinol3F1IIIAzijnzuur
2054Morfoline8CF1IKoolwaterstofmengsel
2057Tripropyleen3F1II/IIIKoolwaterstofmengsel
2058Valeraldehydezuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIKoolwaterstofmengsel
2059Nitrocellulose, oplossing, brandbaar3DI/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen: In afwijking van de algemene procedure mag deze regel worden toegepast op oplosmiddelen van classificatiecode F1
2075Chloraal, watervrij, gestabiliseerd6.1T1IIOplossing van oppervlakte-actieve stof
2076Cresolen, vloeibaarzuivere isomeren en mengsel van isomeren6.1TC1IIAzijnzuur
2078Tolueendiisocyanaatvloeibaar6.1T1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2079Diethyleentriamine8C7IIKoolwaterstofmengsel
2209Formaldehyde, oplossingoplossing in water met 37% formaldehyde, methanolgehalte: 8 - 10%8C9IIIAzijnzuur
2209Formaldehyde, oplossingoplossing in water, met ten minste 25% formaldehyde8C9IIIWater
2218Acrylzuur, gestabiliseerd8CF1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2227n-Butylmethacrylaat, gestabiliseerd3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2235Chloorbenzylchloriden, vloeibaarp-Chloorbenzylchloride6.1T2IIIKoolwaterstofmengsel
2241Cycloheptaan3F1IIKoolwaterstofmengsel
2242Cyclohepteen3F1IIKoolwaterstofmengsel
2243Cyclohexylacetaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2244Cyclopentanol3F1IIIAzijnzuur
2245Cyclopentanon3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2247n-Decaan3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2248Di-n-butylamine8CF1IIKoolwaterstofmengsel
22581,2-Propyleendiamine8CF1IIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2259Triethyleentetramine8C7IIWater
2260Tripropylamine3FCIIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2263Dimethylcyclohexanenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIKoolwaterstofmengsel
2264N,N-Dimethyl- cyclohexylamine8CF1IIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2265N,N-Dimethylformamide3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2266N,N-Dimethylpropyl- amine (Dimethyl-N- propylamine)3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
22693,3'-Imino- bispropylamine8C7IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2270Ethylamine, oplossing in watermet ten minste 50%, maar ten hoogste 70% ethylamine, vlampunt lager dan 23 °C, bijtend of zwak bijtend3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
22752-Ethylbutanol3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
22762-Ethylhexylamine3FCIIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2277Ethylmethacrylaat, gestabiliseerd3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2278n-Hepteen3F1IIKoolwaterstofmengsel
2282Hexanolenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2283Isobutylmethacrylaat, gestabiliseerd3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2286Pentamethylheptaan3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2287Isoheptenen3F1IIKoolwaterstofmengsel
2288Isohexenen3F1IIKoolwaterstofmengsel
2289Isoforondiamine8C7IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
22934-Methoxy-4-methyl- pentaan-2-on3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2296Methylcyclohexaan3F1IIKoolwaterstofmengsel
2297Methylcyclohexanonzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2298Methylcyclopentaan3F1IIKoolwaterstofmengsel
23025-Methylhexaan-2-on3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2308Nitrosylzwavelzuur, vloeibaar8C1IIWater
2309Octadienen3F1IIKoolwaterstofmengsel
2313Picolinenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2317Natriumkoper(I)cyanide, oplossingwaterige oplossing6.1T4IWater
2320Tetraethyleenpentamine8C7IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2324Triisobutyleenmengsel van C12-mono- olefinen, vlampunt tussen 23 °C en 60 °C3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2326Trimethylcyclohexyl- amine8C7IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2327Trimethylhexamethyleen diaminenzuivere isomeren en mengsel van isomeren8C7IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2330Undecaan3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2336Allylformiaat3FT1In-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2348Butylacrylaten, gestabiliseerdzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2357Cyclohexylaminevlampunt tussen 23 °C en 60 °C8CF1IIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2361Diisobutylamine3FCIIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2366Diethylcarbonaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2367alfa-Methylvaleraldehyde3F1IIKoolwaterstofmengsel
2370Hexeen-13F1IIKoolwaterstofmengsel
23721,2-bis-(dimethylamino)- ethaan3F1IIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
23791,3-Dimethylbutylamine3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2383Dipropylamine3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2385Ethylisobutyraat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2393Isobutylformiaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2394Isobutylpropionaatvlampunt tussen 23 °C en 60 °C3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2396Methacrylaldehyde, gestabiliseerd3FT1IIKoolwaterstofmengsel
2400Methylisovaleraat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2401Piperidine8CF1IKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2403Isopropenylacetaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2405Isopropylbutyraat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2406Isopropylisobutyraat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2409Isopropylpropionaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
24101,2,3,6-Tetrahydro- pyridine3F1IIKoolwaterstofmengsel
2427Kaliumchloraat, oplossing in water5.1O1II/IIIWater
2428Natriumchloraat, oplossing in water5.1O1II/IIIWater
2429Calciumchloraat, oplossing in water5.1O1II/IIIWater
2436Thioazijnzuur3F1IIAzijnzuur
24572,3-Dimethylbutaan3F1IIKoolwaterstofmengsel
2491Ethanolamine8C7IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
2491Ethanolamine, oplossingwaterige oplossing8C7IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
2496Propionzuuranhydride8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2524Ethylorthoformiaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2526Furfurylamine3FCIIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2528Isobutylisobutyraat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2529Isoboterzuur3FCIIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2531Methacrylzuur, gestabiliseerd8C3IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2542Tributylamine6.1T1IIKoolwaterstofmengsel
25602-Methylpentanol-23F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2564Trichloorazijnzuur, oplossingwaterige oplossing8C3II/IIIAzijnzuur
2565Dicyclohexylamine8C7IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2571Ethylzwavelzuur8C3IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2571Alkylzwavelzuren8C3IIRegel voor verzamelaanduidingen
2580Aluminiumbromide, oplossingwaterige oplossing8C1IIIWater
2581Aluminiumchloride, oplossingwaterige oplossing8C1IIIWater
2582IJzer(III)chloride, oplossingwaterige oplossing8C1IIIWater
2584Methaansulfonzuurmet meer dan 5% vrij zwavelzuur8C1IIWater
2584Alkylsulfonzuren, vloeibaarmet meer dan 5% vrij zwavelzuur8C1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2584Benzeensulfonzuurmet meer dan 5% vrij zwavelzuur8C1IIWater
2584Tolueensulfonzurenmet meer dan 5% vrij zwavelzuur8C1IIWater
2584Arylsulfonzuren, vloeibaarmet meer dan 5% vrij zwavelzuur8C1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2586Methaansulfonzuurmet ten hoogste 5% vrij zwavelzuur8C3IIIWater
2586Alkylsulfonzuren, vloeibaarmet ten hoogste 5% vrij zwavelzuur8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2586Benzeensulfonzuurmet ten hoogste 5% vrij zwavelzuur8C3IIIWater
2586Tolueensulfonzurenmet ten hoogste 5% vrij zwavelzuur8C3IIIWater
2586Arylsulfonzuren, vloeibaarmet ten hoogste 5% vrij zwavelzuur8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2610Triallylamine3FCIIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2614Methylallylalcohol3F1IIIAzijnzuur
2617Methylcyclohexanolenzuivere isomeren en mengsel van isomeren, vlampunt tussen 23 °C en 60 °C3F1IIIAzijnzuur
2619Benzyldimethylamine8CF1IIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2620Amylbutyratenzuivere isomeren en mengsel van isomeren, vlampunt tussen 23 °C en 60 °C3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2622Glycidaldehydevlampunt lager dan 23 °C3FT1IIKoolwaterstofmengsel
2626Chloorzuur, oplossing in watermet ten hoogste 10% chloorzuur5.1O1IISalpeterzuur
2656Chinolinevlampunt hoger dan 60 °C6.1T1IIIWater
2672Ammoniak, oplossingrelatieve dichtheid tussen 0,880 en 0,957 bij 15 °C, met meer dan 10%, maar ten hoogste 35% ammoniak8C5IIIWater
2683Ammoniumsulfide, oplossingoplossing in water, vlampunt tussen 23 °C en 60 °C8CFTIIAzijnzuur
26843-(Diethylamino)- propylamine3FCIIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2685N,N-Diethyl- ethyleendiamine8CF1IIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2707Dimethyldioxanenzuivere isomeren en mengsel van isomeren3F1II/IIIKoolwaterstofmengsel
2733Aminen, brandbaar, bijtend, n.e.g. of Polyaminen, brandbaar, bijtend, n.e.g.3FCI/II/IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2734Di-sec-butylamine8CF1IIKoolwaterstofmengsel
2734Aminen, vloeibaar, bijtend, brandbaar, n.e.g. of
Polyaminen, vloeibaar, bijtend, brandbaar, n.e.g.
8CF1I/IIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2735Aminen, vloeibaar, bijtend, n.e.g.
of
Polyaminen, vloeibaar, bijtend, n.e.g.
8C7I/II/IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2739Boterzuuranhydride8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2789Ijsazijn of Azijnzuur, oplossingoplossing in water, meer dan 80 massa-% zuur8CF1IIAzijnzuur
2790Azijnzuur, oplossingoplossing in water, meer dan 10 massa-%, maar ten hoogste 80 massa-% zuur8C3II/IIIAzijnzuur
2796Zwavelzuurmet ten hoogste 51% zuiver zuur8C1IIWater
2797Accumulatorvloeistof, alkalisch (elektrolyt voor batterijen, alkalisch)Kalium- / Natriumhydroxide, oplossing in water8C5IIWater
28102-Chloor-6-fluor- benzylchloride,gestabiliseerd6.1T1IIIKoolwaterstofmengsel
28102-Fenylethanol6.1T1IIIAzijnzuur
2810Ethyleenglycolmono- hexylether6.1T1IIIAzijnzuur
2810Giftige organische vloeistof, n.e.g.6.1T1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
2815N-Aminoethylpiperazine8CT1IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2818Ammoniumpolysulfide, oplossingwaterige oplossing8CT1II/IIIAzijnzuur
2819Amylfosfaat8C3IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
2820Boterzuurn-Boterzuur8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2821Fenol, oplossingoplossing in water, giftig, niet-alkalisch6.1T1II/IIIAzijnzuur
2829Capronzuurn-Capronzuur8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2837Waterstofsulfaten, oplossing in water8C1II/IIIWater
2838Vinylbutyraat, gestabiliseerd3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2841Di-n-amylamine3FT1IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2850Tetrapropyleen (propyleen tetrameer)mengsel van C12-mono- olefinen, vlampunt tussen 23 °C en 60 °C3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2873DibutylaminoethanolN,N-Di-n- butylaminoethanol6.1T1IIIAzijnzuur
2874Furfurylalcohol6.1T1IIIAzijnzuur
2920O,O-Diethyl- dithiofosforzuurvlampunt tussen 23 °C en 60 °C8CF1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2920O,O-Dimethyl- dithiofosforzuurvlampunt tussen 23 °C en 60 °C8CF1IIOplossing van oppervlakte-actieve stof
2920Broomwaterstof33%, oplossing in ijsazijn8CF1IIOplossing van oppervlakte-actieve stof
2920Tetramethylammonium- hydroxideoplossing in water, vlampunt tussen 23 °C en 60 °C8CF1IIWater
2920Bijtende vloeistof, brandbaar, n.e.g.8CF1I/IIRegel voor verzamelaanduidingen
2922Ammoniumsulfideoplossing in water, vlampunt hoger dan 60 °C8CT1IIWater
2922Cresolenalkalische oplossing in water, mengsel van natrium- en kaliumcresolaat8CT1IIAzijnzuur
2922Fenolalkalische oplossing in water, mengsel van natrium- en kaliumfenolaat8CT1IIAzijnzuur
2922Natriumwaterstofdifluorideoplossing in water8CT1IIIWater
2922Bijtende vloeistof, giftig, n.e.g.8CT1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
2924Brandbare vloeistof, bijtend, n.e.g.zwak bijtend3FCI/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
2927Giftige, organische vloeistof, bijtend, n.e.g.6.1TC1I/IIRegel voor verzamelaanduidingen
2933Methyl-2-chloor- propionaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2934Isopropyl-2-chloor- propionaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
2935Ethyl-2-chloorpropionaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2936Thiomelkzuur6.1T1IIAzijnzuur
2941Fluoranilinenzuivere isomeren en mengsel van isomeren6.1T1IIIAzijnzuur
2943Tetrahydrofurfurylamine3F1IIIKoolwaterstofmengsel
2945N-Methylbutylamine3FCIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
29462-Amino-5- diethylaminopentaan6.1T1IIIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
2947Isopropylchlooracetaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
2984Waterstofperoxide, oplossing in watermet ten minste 8%, maar minder dan 20% waterstofperoxide, zo nodig gestabiliseerd5.1O1IIISalpeterzuur
3056n-Heptaldehyde3F1IIIKoolwaterstofmengsel
3065Alcoholische drankenmet meer dan 24 vol.% alcohol3F1II/IIIAzijnzuur
3066Verf of Verf-verwante productenwaaronder begrepen verf, lakverf, emaillak, beits, schellak, vernis, polijstmiddel, vloeibare plamuur en vloeibare lakbasis of waaronder begrepen verfverdunners en verfoplosmiddelen8C9II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
3079Methacrylnitril, gestabiliseerd6.1TF1In-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
3082sec-Alcohol (C6-C17) poly(3-6)ethoxylaat9M6IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
3082Alcohol (C12-C15) poly(1-3)ethoxylaat9M6IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
3082Alcohol (C13-C15) poly(1-6)ethoxylaat9M6IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
3082Brandstof voor straalvliegtuigen JP-5vlampunt hoger dan 60 °C9M6IIIKoolwaterstofmengsel
3082Brandstof voor straalvliegtuigen JP-7vlampunt hoger dan 60 °C9M6IIIKoolwaterstofmengsel
3082Koolteervlampunt hoger dan 60 °C9M6IIIKoolwaterstofmengsel
3082Koolteernaftavlampunt hoger dan 60 °C9M6IIIKoolwaterstofmengsel
3082Creosoot, geproduceerd uit koolteervlampunt hoger dan 60 °C9M6IIIKoolwaterstofmengsel
3082Creosoot, geproduceerd uit houtteervlampunt hoger dan 60 °C9M6IIIKoolwaterstofmengsel
3082Cresyldifenylfosfaat9M6IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
3082Decylacrylaat9M6IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
3082Diisobutylftalaat9M6IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
3082Di-n-butylftalaat9M6IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel
3082Koolwaterstoffenvloeibaar, vlampunt hoger dan 60 °C, milieugevaarlijk9M6IIIRegel voor verzamelaanduidingen
3082Isodecyldifenylfosfaat9M6IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
3082Methylnaftalenenmengsel van isomeren, vloeibaar9M6IIIKoolwaterstofmengsel
3082Triarylfosfatenn.e.g.9M6IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
3082Tricresylfosfaatmet ten hoogste 3% van het ortho-isomeer9M6IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
3082Trixylenylfosfaat9M6IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
3082ZinkalkyldithiofosfaatC3-C149M6IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
3082ZinkaryldithiofosfaatC7-C169M6IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
3082Milieugevaarlijke vloeistof, n.e.g.9M6IIIRegel voor verzamelaanduidingen
3099Oxiderende vloeistof, giftig, n.e.g.5.1OT1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
3101Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar of Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar, met temperatuurbeheersing5.2n-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel en salpeterzuur**
3103Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar of Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar, met temperatuurbeheersing5.2n-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel en salpeterzuur**
3105Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar of Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar, met temperatuurbeheersing5.2n-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel en salpeterzuur**
3107Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar of Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar, met temperatuurbeheersing5.2n-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel en salpeterzuur**
3109Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar of Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar, met temperatuurbeheersing5.2n-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel en salpeterzuur**
3111Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar of Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar, met temperatuurbeheersing5.2n-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel en salpeterzuur**
3113Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar of Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar, met temperatuurbeheersing5.2n-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel en salpeterzuur**
3115Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar of Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar, met temperatuurbeheersing5.2n-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel en salpeterzuur**
3117Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar of Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar, met temperatuurbeheersing5.2n-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel en salpeterzuur**
3119Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar of Organisch peroxide, type B, C, D, E of F, vloeibaar, met temperatuurbeheersing5.2n-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat en koolwaterstofmengsel en salpeterzuur**
**) Voor de UN-nummers 3101, 3103, 3105, 3107, 3109, 3111, 3113, 3115, 3117, 3119
(tert-butylhydroperoxide met een peroxidegehalte van meer dan 40% en peroxyazijnzuren zijn uitgezonderd): Alle organische peroxiden in een technisch zuivere vorm of in oplossing in oplosmiddelen die, voor zover het hun compatibiliteit betreft, in deze lijst worden afgedekt door de standaardvloeistof "koolwaterstofmengsel".
Compatibiliteit van ontluchtingsinrichtingen en pakkingen met organische peroxiden kunnen, ook onafhankelijk van
de beproeving van het ontwerptype, worden aangetoond door middel van laboratoriumproeven met salpeterzuur.
3145Butylfenolenvloeibaar, n.e.g8C3I/II/IIIAzijnzuur
3145Alkylfenolen, vloeibaar, n.e.g.met inbegrip van de homologe reeks C2 t/m C128C3I/II/IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3149Waterstofperoxide en peroxyazijnzuur, mengsel, gestabiliseerdmet UN 2790 azijnzuur, UN 2796 zwavelzuur en/of UN 1805 fosforzuur, water en ten hoogste 5% peroxyazijnzuur5.1OC1IIOplossing van oppervlakte-actieve stof en salpeterzuur
3210Anorganische chloraten, oplossing in water, n.e.g.5.1O1II/IIIWater
3211Anorganische perchloraten, oplossing in water, n.e.g.5.1O1II/IIIWater
3213Anorganische bromaten, oplossing in water, n.e.g.5.1O1II/IIIWater
3214Anorganische permanganaten, oplossing in water, n.e.g.5.1O1IIWater
3216Anorganische persulfaten, oplossing in water, n.e.g.5.1O1IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
3218Anorganische nitraten, oplossing in water, n.e.g.5.1O1II/IIIWater
3219Anorganische nitrieten, oplossing in water, n.e.g.5.1O1II/IIIWater
3264Koper(II)chlorideoplossing in water, zwak bijtend8C1IIIWater
3264Hydroxylaminesulfaat25%, oplossing in water8C1IIIWater
3264Fosforigzuuroplossing in water8C1IIIWater
3264Bijtende zure anorganische vloeistof, n.e.g.vlampunt hoger dan 60 °C8C1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen; is niet van toepassing op mengsels met componenten van de UN- nummers: 1830, 1832,1906 en 2308
3265Methoxyazijnzuur8C3In-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
3265Allylbarnsteenzuuranhydri de8C3IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
3265Dithioglycolzuur8C3IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n-butylacetaat
3265Butylfosfaatmengsel van mono- en di- butylfosfaat8C3IIIOplossing van oppervlakte-actieve stof
3265Octaanzuur (caprylzuur)8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3265Isopentaanzuur (isovaleriaanzuur)8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3265Pelargonzuur (nonaanzuur)8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3265Pyrodruivenzuur8C3IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3265Valeriaanzuur (pentaanzuur)8C3IIIAzijnzuur
3265Bijtende zure organische vloeistof, n.e.g.vlampunt hoger dan 60 °C8C3I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
3266Natriumwaterstofsulfideoplossing in water8C5IIAzijnzuur
3266Natriumsulfideoplossing in water, zwak bijtend8C5IIIAzijnzuur
3266Bijtende basische anorganische vloeistof, n.e.g.vlampunt hoger dan 60 °C8C5I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
32672,2'-(Butylimino)bisethanol8C7IIKoolwaterstofmengsel en oplossing van oppervlakte-actieve stof
3267Bijtende basische organische vloeistof, n.e.g.vlampunt hoger dan 60 °C8C7I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
3271Ethyleenglycolmono- butylethervlampunt 60 °C3F1IIIAzijnzuur
3271Ethers, n.e.g.3F1II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
3272Acrylzure tert-butylester3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3272Isobutylpropionaatvlampunt lager dan 23 °C3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3272Methylvaleraat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3272Trimethylorthoformiaat3F1IIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3272Ethylvaleraat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3272Isobutylisovaleraat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3272n-Amylpropionaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3272n-Butylbutyraat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3272Methyllactaat3F1IIIn-Butylacetaat / oplossing van oppervlakte-actieve stof, verzadigd met n- butylacetaat
3272Esters, n.e.g.3F1II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
3287Natriumnitriet40%, oplossing in water6.1T4IIIWater
3287Giftige anorganische vloeistof, n.e.g.6.1T4I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
3291Ziekenhuisafval, ongespecificeerd, n.e.g. of (bio)medisch afval, n.e.g. of gereglementeerd medisch afval, n.e.g.vloeibaar6.2I3IIWater
3293Hydrazine, oplossing in watermet ten hoogste 37 massa-% hydrazine6.1T4IIIWater
3295Heptenenn.e.g.3F1IIKoolwaterstofmengsel
3295Nonanenvlampunt lager dan 23 °C3F1IIKoolwaterstofmengsel
3295Decanenn.e.g.3F1IIIKoolwaterstofmengsel
32951,2,3-Trimethylbenzeen3F1IIIKoolwaterstofmengsel
3295Koolwaterstoffen, vloeibaar, n.e.g.3F1I/II/IIIRegel voor verzamelaanduidingen
3405Bariumchloraat, oplossingwaterige oplossing5.1OT1II/IIIWater
3406Bariumperchloraat, oplossingwaterige oplossing5.1OT1II/IIIWater
3408Loodperchloraat, oplossingwaterige oplossing5.1OT1II/IIIWater
3413Kaliumcyanide, oplossingwaterige oplossing6.1T4I/II/IIIWater
3414Natriumcyanide, oplossingwaterige oplossing6.1T4I/II/IIIWater
3415Natriumfluoride, oplossingwaterige oplossing6.1T4IIIWater
3422Kaliumfluoride, oplossingwaterige oplossing6.1T4IIIWater

 

 

4.1.2

Aanvullende algemene voorschriften voor het gebruik van IBC's

4.1.2.1

Indien IBC's worden gebruikt voor het vervoer van vloeistoffen met een vlampunt (gesloten kroes) van 60 °C of lager, dan wel voor het vervoer van poedervormige stoffen die aanleiding kunnen geven tot stofexplosies, moeten maatregelen worden genomen om gevaarlijke elektrostatische ontladingen te voorkomen.

 

4.1.2.2

Elke metalen IBC, IBC van stijve kunststof en combinatie-IBC moet worden geïnspecteerd en beproefd overeenkomstig 6.5.4.4 of 6.5.4.5:

  • voordat deze in dienst wordt gesteld;
  • vervolgens na verloop van termijnen van ten hoogste twee en een half en vijf jaren, al naar gelang het geval;
  • na reparatie of ombouw, voordat ze opnieuw voor het vervoer worden gebruikt.

Een IBC mag niet worden gevuld en ten vervoer worden aangeboden na het verstrijken van de termijn vastgesteld voor de laatste periodieke beproeving of inspectie. IBC's die evenwel zijn gevuld vóór het verstrijken van de termijn, vastgesteld voor de periodieke beproeving of inspectie, mogen binnen een termijn van ten hoogste 3 maanden na het verstrijken van deze termijn worden vervoerd. Bovendien mogen IBC's na het verstrijken van de termijn, vastgesteld voor de periodieke beproeving of inspectie worden vervoerd:

  1. na lediging, maar vóór reiniging, teneinde de vereiste beproeving of inspectie te ondergaan, voorafgaand aan het opnieuw vullen; en
  2. tenzij met toestemming van de bevoegde autoriteit, binnen een termijn van ten hoogste 6 maanden na het verstrijken van deze termijn, om de terugzending van gevaarlijke goederen of resten mogelijk te maken, teneinde deze op een passende wijze te verwijderen of te recycleren.

Opmerking: Voor de aanduidingen in het vervoersdocument, zie 5.4.1.1.11.

 

4.1.2.3

IBC's van type 31HZ2 moeten worden gevuld tot ten minste 80% van het volume van de uitwendige omhulling.

 

4.1.2.4

Uitgezonderd routineonderhoud van metalen IBC’s, IBC’s van stijve kunststof, combinatie-IBC's en flexibele IBC's, uitgevoerd door de eigenaar van de IBC, wiens Staat en naam of toegestaan symbool duurzaam op de IBC is aangebracht, moet de partij die het routineonderhoud uitvoert, de IBC van een duurzaam merkteken voorzien dichtbij het kenmerk voor het UN-ontwerptype van de fabrikant, dat aangeeft:

  1. de Staat, waarin het routineonderhoud werd uitgevoerd; en
  2. de naam of het toegestaan symbool van de partij die het routinematig onderhoud uitvoert.

 

4.1.3

Algemene voorschriften met betrekking tot verpakkingsinstructies

4.1.3.1

Verpakkingsinstructies die van toepassing zijn op gevaarlijke goederen van de klassen 1 t/m 9 zijn gespecificeerd in sectie 4.1.4. Zij zijn onderverdeeld in drie subsecties afhankelijk van het type verpakkingen waarop zij van toepassing zijn:

Subsectie 4.1.4.1  voor verpakkingen met uitzondering van IBC's en grote verpakkingen; deze verpakkingsinstructies worden aangeduid met een alfanumerieke code, die begint met de letter "P", of "R" voor verpakkingen die specifiek zijn voor het RID en het ADR; 
Subsectie 4.1.4.2  voor IBC's; deze worden aangeduid met een alfanumerieke code, die begint met de letters "IBC";
Subsectie 4.1.4.3  voor grote verpakkingen; deze worden aangeduid met een alfanumerieke code, die begint met de letters "LP"; 



In het algemeen specificeren verpakkingsinstructies dat de algemene voorschriften van, al naar gelang, 4.1.1, 4.1.2 of 4.1.3 van toepassing zijn. Zij kunnen indien van toepassing ook naleving van de bijzondere voorschriften van secties 4.1.5, 4.1.6, 4.1.7, 4.1.8 of 4.1.9 verlangen. Bijzondere verpakkingsvoorschriften kunnen ook in de verpakkingsinstructie voor afzonderlijke stoffen of voorwerpen worden gespecificeerd. Zij worden ook aangeduid met een alfanumerieke code, die de volgende letters omvat:

  • "PP" voor verpakkingen met uitzondering van IBC's en grote verpakkingen, of "RR" voor bijzondere voorschriften die specifiek zijn voor RID en ADR;
  • "B" voor IBC's of “BB’’voor bijzondere verpakkingsvoorschriften specifiek voor RID en ADR
  • "L" voor grote verpakkingen of "LL" voor bijzondere verpakkingsvoorschriften specifiek voor het ADR.

Tenzij anders gespecificeerd, moet elke verpakking voldoen aan de van toepassing zijnde voorschriften van deel 6. In het algemeen verschaffen verpakkingsinstructies geen richtlijnen wat betreft compatibiliteit en de gebruiker mag geen verpakking selecteren zonder te controleren of de stof inert is ten opzichte van het gekozen verpakkingsmateriaal (bijv. glazen houders zijn bijvoorbeeld ongeschikt voor de meeste fluoriden). Daar waar glazen houders in de verpakkingsinstructies zijn toegestaan, zijn verpakkingen van porselein, aardewerk en steengoed ook toegestaan.

 

4.1.3.2

Kolom (8) van tabel A van hoofdstuk 3.2 geeft voor elk voorwerp of elke stof de verpakkingsinstructie(s) die moet(en) worden gebruikt. De kolommen (9a) en (9b) geven de bijzondere verpakkingsvoorschriften en de bijzondere voorschriften voor gezamenlijke verpakking aan (zie 4.1.10), die van toepassing zijn op specifieke stoffen of voorwerpen.

 

4.1.3.3

Elke verpakkingsinstructie geeft, voor zover van toepassing, de aanvaardbare enkelvoudige en samengestelde verpakkingen aan. Voor samengestelde verpakkingen worden de aanvaardbare buitenverpakkingen, binnenverpakkingen en voor zover van toepassing de toegestane maximale hoeveelheid in elke binnen- of buitenverpakking aangegeven. De grootste netto massa en de grootste inhoud zijn gedefinieerd in 1.2.1.

 

4.1.3.4

De volgende verpakkingen mogen niet worden gebruikt indien de te vervoeren stoffen tijdens het vervoer vloeibaar kunnen worden:

Verpakkingen    
vaten

  1D en 1G 

Kisten of dozen

  4A, 4B, 4N, 4C1, 4C2, 4D, 4F, 4G, 4H1 en 4H2

Zakken

  5L1, 5L2, 5L3, 5H1, 5H2, 5H3, 5H4, 5M1 en 5M2

Combinatieverpakkingen

  6HC, 6HD2, 6HG1, 6HG2, 6HD1, 6PC, 6PD1, 6PD2, 6PG1, 6PG2 en 6PH1

     
Grote verpakkingen    
Flexibele kunststof   51H (buitenverpakking) 
     
IBC's    
Voor stoffen van verpakkingsgroep I

  Alle typen IBC's

Voor stoffen van de verpakkingsgroepen II en III:    
     
Hout

  11C, 11D en 11F

Karton

  11G

Flexibele kunststof

  13H1, 13H2, 13H3, 13H4, 13H5, 13L1, 13L2, 13L3, 13L4, 13M1 en 13M2

Combinatie-IBC's:   11HZ2 en 21HZ2
     

In de zin van deze subsectie moeten stoffen en mengsels van stoffen met een smeltpunt gelijk aan of lager dan 45 °C worden beschouwd als vaste stoffen die tijdens het vervoer vloeibaar kunnen worden.

 

4.1.3.5

Voor zover de verpakkingsinstructies in dit hoofdstuk het gebruik van een bijzonder type verpakking (bijv. 4G, 1A2) goedkeuren, mogen verpakkingen die zijn voorzien van dezelfde verpakkingsidentificatiecode, gevolgd door de letters "V", "U" of "W" en zijn gemerkt overeenkomstig de voorschriften van deel 6 (bijv. 4GV, 4GU of 4GW; 1A2V, 1A2U of 1A2W) ook onder dezelfde voorwaarden en beperkingen worden gebruikt die volgens de desbetreffende verpakkingsinstructies op het gebruik van dat type verpakking van toepassing zijn.

Een samengestelde verpakking, gemerkt met de verpakkingscode "4GV", mag bijvoorbeeld steeds worden gebruikt wanneer een samengestelde verpakking, gemerkt "4G", wordt toegestaan, onder voorwaarde dat de voorschriften in de desbetreffende verpakkingsinstructie met betrekking tot typen binnenverpakkingen en hoeveelheidsbeperkingen worden gerespecteerd.

 

4.1.3.6

Drukhouders voor vloeistoffen en vaste stoffen

4.1.3.6.1

Tenzij anders aangegeven in het ADR mogen drukhouders die overeenkomen met:

  1. de toepasselijke voorschriften van hoofdstuk 6.2; of
  2. de nationale of internationale normen voor het ontwerp, de constructie, beproeving, fabricage en inspectie, toegepast door het land waar de drukhouders worden vervaardigd, onder voorwaarde, dat aan de bepalingen van 4.1.3.6 wordt voldaan, en dat in het geval van metalen flessen, grote cilinders, drukvaten, flessenbatterijen en bergingsdrukhouders de constructie zodanig is dat de minimale barst-verhouding (barstdruk gedeeld door beproevingsdruk) bedraagt:
    1. 1,50 voor hervulbare drukhouders;
    2. 2,00 voor niet-hervulbare drukhouders,

worden gebruikt voor het vervoer van alle vloeistoffen of vaste stoffen, met uitzondering van ontplofbare stoffen, thermische instabiele stoffen, organische peroxiden, zelfontledende stoffen, stoffen waarbij zich een aanmerkelijke druk kan ontwikkelen als gevolg van een chemische reactie en radioactieve stoffen (tenzij deze zijn toegestaan op grond van 4.1.9).

Deze subsectie is niet van toepassing op de stoffen genoemd in 4.1.4.1, verpakkingsinstructie P200, tabel 3

 

4.1.3.6.2

Elk ontwerptype van een drukhouder moet worden toegelaten door de bevoegde autoriteit van het land van fabricage of zoals aangegeven in hoofdstuk 6.2.

 

4.1.3.6.3

Tenzij anders aangegeven, moeten drukhouders worden gebruikt met een beproevingsdruk van ten minste 0,6 MPa.

 

4.1.3.6.4

Tenzij anders aangegeven mogen de drukhouders zijn voorzien van een drukontlastingsinrichting voor noodgevallen, ontworpen om te verhinderen, dat de drukhouder barst in geval van overvulling of ongevallen waarbij sprake is van een brand.

Afsluiters van drukhouders moeten zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd, dat zij inherent bestand zijn tegen beschadiging zonder dat de inhoud vrijkomt of zij moeten zijn beschermd tegen beschadiging, die zou kunnen leiden tot onbedoeld vrijkomen van de inhoud van de drukhouder, door middel van één van de methoden beschreven in 4.1.6.8 a) t/m e).

 

4.1.3.6.5

De vullingsgraad mag 95% van de inhoud van de drukhouder bij 50 °C niet overschrijden. Er moet voldoende vrije ruimte overblijven om te garanderen dat de drukhouder niet volledig met vloeistof is gevuld bij een temperatuur van 55 °C.

 

4.1.3.6.6

De drukhouders moeten, tenzij anders aangegeven, elke vijf jaar worden onderworpen aan een periodiek(e) onderzoek en beproeving. Het periodiek onderzoek moet omvatten: een uitwendig onderzoek, een inwendig onderzoek of een alternatieve methode goedgekeurd door de bevoegde autoriteit, een proefpersing of een gelijkwaardige, doeltreffende niet destructieve beproeving met de instemming van de bevoegde autoriteit, met inbegrip van een inspectie van alle uitrustingsdelen (bijvoorbeeld gasdichtheid van de afsluiters, drukontlastingsinrichtingen voor noodgevallen of smelt-veiligheden).

Drukhouders mogen niet worden gevuld na het verstrijken van de termijn voor periodiek(e) onderzoek en beproeving, maar zij mogen wel worden vervoerd na afloop van de termijn. Reparaties aan drukhouders moeten voldoen aan de voorschriften van 4.1.6.11.

 

4.1.3.6.7

De verpakker moet vóór het vullen een inspectie van de drukhouder uitvoeren en zich ervan vergewissen dat de drukhouder is goedgekeurd voor de te vervoeren stoffen en dat aan de voorschriften van het ADR is voldaan. Na het vullen moeten afsluiters worden gesloten en tijdens het vervoer gesloten blijven. De afzender moet controleren of de sluitingen en de uitrusting niet lekken.

 

4.1.3.6.8

Hervulbare drukhouders mogen niet worden gevuld met een andere stof dan de stof die zich voordien in de drukhouders bevond, tenzij de noodzakelijke handelingen voor een wijziging van het gebruik zijn uitgevoerd.

 

4.1.3.6.9

De kenmerking van drukhouders voor vloeistoffen en vaste stoffen overeenkomstig 4.1.3.6 (niet conform de voorschriften van hoofdstuk 6.2) moet in overeenstemming zijn met de voorschriften van de bevoegde autoriteit van het land van fabricage.

 

4.1.3.7

Verpakkingen of IBC's die niet uitdrukkelijk in de van toepassing zijnde verpakkingsinstructie zijn toegestaan, mogen niet worden gebruikt voor het vervoer van een stof of voorwerp, tenzij uitdrukkelijk toegestaan onder een tijdelijke afwijking die tussen Overeenkomstsluitende Partijen in overeenstemming met 1.5.1 is overeengekomen.

 

4.1.3.8

Onverpakte voorwerpen met uitzondering van voorwerpen van klasse 1

4.1.3.8.1

Indien waarin grote en robuuste voorwerpen niet overeenkomstig de voorschriften van de hoofdstukken 6.1 of 6.6 kunnen worden verpakt en zij leeg, ongereinigd en onverpakt moeten worden vervoerd, mag de bevoegde autoriteit van het land van herkomst *2 een dergelijk vervoer goedkeuren.
Daartoe moet de bevoegde autoriteit rekening houden met het volgende:

  1. Grote en robuuste voorwerpen moeten sterk genoeg zijn om de schokken en belastingen die normalerwijze tijdens het vervoer worden ondervonden, te doorstaan, met inbegrip van overslag tussen laadeenheden en tussen laadeenheden en opslagplaatsen alsmede elke verwijdering van een pallet voor daaropvolgende handmatige of machinale behandeling;
  2. Alle sluitingen en openingen moeten zodanig zijn afgedicht dat onder normale vervoersomstandigheden - ten gevolge van trillingen of van verandering van temperatuur, vochtigheid of druk (bijvoorbeeld als gevolg van hoogte) - elk verlies van de inhoud is uitgesloten. Aan de buitenzijde van de grote en robuuste voorwerpen mogen geen gevaarlijke resten kleven;
  3. Gedeelten van de grote en robuuste voorwerpen, die in direct contact staan met de gevaarlijke goederen:
    1. mogen niet door deze gevaarlijke goederen worden aangetast of aanmerkelijk worden verzwakt; en
    2. mogen geen gevaarlijke werking veroorzaken, bijv. het katalyseren van een reactie of het reageren met de gevaarlijke goederen;
  4. Grote en robuuste voorwerpen die vloeistoffen bevatten, moeten worden gestuwd en vastgezet om te waarborgen dat tijdens het vervoer noch lekkage, noch permanente vervorming van het voorwerp optreedt;
  5. Zij moeten op zodanige wijze op sleden of in kratten of andere geëigende inrichtingen voor hantering of aan de laadeenheid zijn bevestigd, dat zij onder normale vervoersomstandigheden niet kunnen gaan loszitten.

*2 Indien het land van herkomst geen Overeenkomstsluitende Partij is bij het ADR, de bevoegde autoriteit van het eerste land dat Overeenkomstsluitende Partij is bij het ADR, waar de zending aankomt.

 

4.1.3.8.2

Onverpakte voorwerpen die door de bevoegde autoriteit overeenkomstig de voorschriften van 4.1.3.8.1 goedgekeurd zijn, moeten onderhevig zijn aan de procedures voor de verzending van deel 5

Bovendien moet de afzender van dergelijke voorwerpen waarborgen dat een kopie van een dergelijke goedkeuring aan het vervoersdocument gehecht wordt.

Opmerking: Een groot en robuust voorwerp kan een flexibel brandstofomhullingssysteem, militaire uitrusting, machine of uitrusting zijn, dat/die gevaarlijke goederen bevat boven de gelimiteerde hoeveelheden volgens 3.4.1.

 

4.1.4

Lijst met verpakkingsinstructies

Opmerking: Alhoewel in de volgende verpakkingsinstructies hetzelfde nummersysteem als in de IMDG Code en de VN-modelbepalingen wordt gebruikt, moeten lezers zich ervan bewust zijn dat het ADR in detail kan afwijken.

 

4.1.4.1

Verpakkingsinstructies betreffende het gebruik van verpakkingen (uitgezonderd IBC's en grote verpakkingen)

P001

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P001

P001 1

P001 2

P001 3


P002

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P002

P002 1

P002 2 3

P002 4


P003

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P003

P003 1 2


P004

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P004

P004


P005

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P005

P005


P006

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P006

P006


P010

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P010

P010


P099

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P099

P099


P101

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P101

P101


P110A

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P110A

P110A


P110B

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P110B

P110B


P111

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P111

P111


P112A

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P112A

P112A


P112B

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P112B

P112B


P112C

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P112C

P112C


P113

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P113

P113


P114A

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P114A

P114A


P114B

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P114B

P114B


P115

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P115

P115


P116

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P116

P116


P130

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P130

P130


P131

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P131

P131


P132A

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P132A

P132A


P132B

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P132B

P132B


P133

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P133

P133


P134

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P134

P134


P135

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P135

P135


P136

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P136

P136


P137

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P137

P137


P138

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P138

P138


P139

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P139

P139


P140

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P140

P140


P141

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P141

P141


P142

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P142

P142


P143

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P143

P143


P144

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P144

P144


P200

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P200

P200 1

P200 2 1 SAMEN

P200 3

P200 4

P200 5 2   SAMEN

P200 6

P200 7

P200 8

P200 9

P200 10

P200 11

P200 12

P200 - TABEL 1 - SAMENGEPERSTE GASSEN

VERPAKKINGSINSTRUCTIE P200 - TABEL 1
UN-
Nr
Benaming en omschrijvingClass
code
LC50 ml/m3FlessenGrote
cilinders
Druk
vaten
Flessen
batterijen
Beproevings-
interval, jaren
a
Beproevings-
druk, bar
b
Hoogste bedrijfs
druk, bar
b
Bijz. verpak
voorschriften
1002LUCHT, SAMENGEPERST1AXXXX10ua, va
1006ARGON, SAMENGEPERST1AXXXX10ua, va
1016KOOLMONOXIDE, SAMENGEPERST1TF3760XXXX5u
1023STADSGAS, SAMENGEPERST1TFXXXX5
1045FLUOR, SAMENGEPERST1TOC185XX520030a, k, n, o
1046HELIUM, SAMENGEPERST1AXXXX10ua, va
1049WATERSTOF, SAMENGEPERST1FXXXX10d, ua, va
1056KRYPTON, SAMENGEPERST1AXXXX10ua, va
1065NEON, SAMENGEPERST1AXXXX10ua, va
1066STIKSTOF, SAMENGEPERST1AXXXX10ua, va
1071OLIEGAS, SAMENGEPERST1TFXXXX5
1072ZUURSTOF, SAMENGEPERST1OXXXX10s, ua, va
1612MENGSEL VAN
HEXAETHYLTETRAFOSFAAT EN SAMENGEPERST GAS
1TXXXX5z
1660STIKSTOFMONOXIDE, SAMENGEPERST1TOC115XX522533k, o
1953SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, BRANDBAAR, N.E.G.1TF<= 5000XXXX5z
1954SAMENGEPERST GAS, BRANDBAAR, N.E.G.1FXXXX10z, ua, va
1955SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, N.E.G.1T<=5000XXXX5z
1956SAMENGEPERST GAS, N.E.G.1AXXXX10z, ua, va
1957DEUTERIUM, SAMENGEPERST1FXXXX10d, ua, va
1964MENGSEL VAN KOOLWATERSTOFGASSEN, SAMENGEPERST, N.E.G.1FXXXX10z, ua, va
1971METHAAN, SAMENGEPERST, of AARDGAS,
SAMENGEPERST, met hoog methaangehalte
1FXXXX10ua, va
2034MENGSEL VAN WATERSTOF EN METHAAN,
SAMENGEPERST
1FXXXX10d, ua, va
2190ZUURSTOFDIFLUORIDE, SAMENGEPERST1TOC2.6XX520030a, k, n, o
3156SAMENGEPERST GAS, OXIDEREND, N.E.G.1OXXXX10z, ua, va
3303SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, OXIDEREND, N.E.G.1TO<=5000XXXX5z
3304SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, BIJTEND, N.E.G.1TC<=5000XXXX5z
3305SAMENGEPERST GAS,
GIFTIG, BRANDBAAR, BIJTEND, N.E.G.
1TFC<=5000XXXX5z
3306SAMENGEPERST GAS, GIFTIG, OXIDEREND, BIJTEND, N.E.G.1TOC<=5000XXXX5z

  1. Niet van toepassing op drukhouders van composietmaterialen.
  2. Daar waar posities opengelaten zijn, mag de bedrijfsdruk niet meer bedragen dan 2/3 van de beproevingsdruk.

 

P200 - TABEL 2 - VLOEIBAAR GEMAAKTE GASSEN EN OPGELOSTE GASSEN

UN
nr.
Benaming
en
omschrijving
Class
code
LC50 ml/m3FlessenGrote
cilinders
Druk
vaten
Flessen
batt
Beproevings-
interval,
jaren
a
Beproevings
druk, bar
Vullings
graad
Bijz
verpak- bepalingen
1001ACETYLEEN, OPGELOST4FXX1060c, p
1005AMMONIAK, WATERVRIJ2TC4000XXXX5290.54b, ra
1008BOORTRIFLUORIDE2TC387XXXX5225
300
0,715
0,86
a
1009BROOMTRIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 13B1)2AXXXX1042
120
250
1,13
1,44
1,60
ra ra
ra
1010BUTADIENEN, GESTABILISEERD
(1,2-butadieen); of
2FXXXX10100.59ra
1010BUTADIENEN, GESTABILISEERD
(1,3-butadieen); of
2FXXXX10100.55ra
1010MENGSEL VAN BUTADIENEN EN KOOLWATERSTOF,
GESTABILISEERD
2FXXXX10100.50ra, v, z
1011BUTAAN2FXXXX10100.52ra,v
1012MENGSELS VAN BUTENEN of2FXXXX10100.50ra, z
10121-BUTEEN of2FXXXX10100.53
1012CIS-2-BUTEEN of2FXXXX10100.55
1012TRANS-2-BUTEEN2FXXXX10100.54
1013KOOLDIOXIDE2AXXXX10190
250
0,68
0,76
ra, ua, va ra, ua, va
1017CHLOOR2TOC293XXXX5221.25a, ra
1018CHLOORDIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 22)2AXXXX10271.03ra
1020CHLOORPENTAFLUOR- ETHAAN (KOELGAS R 115)2AXXXX10251.05ra
10211-CHLOOR-1,2,2,2-
TETRAFLUORETHAAN (KOELGAS R 124)
2AXXXX10111.20ra
1022CHLOORTRIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 13)2AXXXX10100
120
190
250
0,83
0,90
1,04
1,11
ra ra ra
ra
1026DICYAAN2TF350XXXX51000.70ra, u
1027CYCLOPROPAAN2FXXXX10180.55ra
1028DICHLOORDIFLUOR- METHAAN (KOELGAS R 12)2AXXXX10161.15ra
1029DICHLOORFLUORMETHAAN (KOELGAS R 21)2AXXXX10101.23ra
10301,1-DIFLUORETHAAN (KOELGAS R 152a)2FXXXX10160.79ra
1032DIMETHYLAMINE, WATERVRIJ2FXXXX10100.59b, ra
1033DIMETHYLETHER2FXXXX10180.58ra
1035ETHAAN2FXXXX1095
120
300
0,25
0,30
0,40
ra
ra ra
1036ETHYLAMINE2FXXXX10100.61b, ra
1037ETHYLCHLORIDE2FXXXX10100.80a, ra
1039METHYLETHYLETHER2FXXXX10100.64ra
1040ETHYLEENOXIDE, of ETHYLEENOXIDE MET
STIKSTOF tot een totale druk van ten hoogste 1MPa (10 bar)
bij 50 °C
2TF2900XXXX5150.78l, ra
1041MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN
KOOLDIOXIDE met meer dan 9%, maar ten hoogste 87%
ethyleenoxide
2FXXXX10190
250
0,66
0,75
ra ra
1043MESTSTOF, OPLOSSING met
niet-gebonden ammoniak
4AXXX5b, z
1048BROOMWATERSTOF, WATERVRIJ2TC2860XXXX5601.51a, d, ra
1050CHLOORWATERSTOF, WATERVRIJ2TC2810XXXX5100
120
150
200
0,30
0,56
0,67
0,74
a, d, ra
a, d, ra
a, d, ra
a, d, ra
1053ZWAVELWATERSTOF2TF712XXXX5480.67d, ra, u
1055ISOBUTYLEEN2FXXXX10100.52ra
1058VLOEIBAAR GEMAAKTE
GASSEN, niet-brandbaar, onder een atmosfeer van stikstof,
kooldioxide of lucht
2AXXXX10ra, z
1060MENGSEL VAN METHYLACETYLEEN EN PROPADIEEN,
GESTABILISEERD
2FXXXX10c, ra,z
Propadieen met 1% t/m 4% methylacetyleen2FXXXX10220.52c, ra
Mengsel P12FXXXX10300.49c, ra
Mengsel P22FXXXX10240.47c, ra
1061METHYLAMINE, WATERVRIJ2FXXXX10130.58b, ra
1062METHYLBROMIDE met ten hoogste 2% chloorpikrine2T850XXXX5101.51a
1063METHYLCHLORIDE (KOELGAS R 40)2FXXXX10170.81a, ra
1064METHYLMERCAPTAAN2TF1350XXXX5100.78d, ra, u
1067DISTIKSTOFTETROXIDE (STIKSTOFDIOXIDE)2TOC115XXX5101.30k
1069NITROSYLCHLORIDE2TC35XX5131.10k, ra
1070DISTIKSTOFOXIDE2OXXXX10180
225
250
0,68
0,74
0,75
ua, va
ua, va ua, va
1075PETROLEUMGASSEN, VLOEIBAAR GEMAAKT2FXXXX10v, z
1076FOSGEEN2TC5XXX5201.23a, k, ra
1077PROPEEN2FXXXX10270.43ra
1078KOELGAS, N.E.G.2AXXXX10ra, z
Mengsel F12AXXXX10121.23
Mengsel F22AXXXX10181.15
Mengsel F32AXXXX10291.03
1079ZWAVELDIOXIDE2TC2520XXXX5121.23ra
1080ZWAVELHEXAFLUORIDE2AXXXX1070
140
160
1,06
1,34
1,38
ra, ua, va ra, ua, va
ra, ua, va
1081TETRAFLUORETHYLEEN, GESTABILISEERD2FXXXX10200m, o, ra
1082CHLOORTRIFLUOR- ETHYLEEN, GESTABILISEERD (KOELGAS R1113)2TF2000XXXX5191.13ra, u
1083TRIMETHYLAMINE, WATERVRIJ2FXXXX10100.56b, ra
1085VINYLBROMIDE, GESTABILISEERD2FXXXX10101.37a, ra
1086VINYLCHLORIDE, GESTABILISEERD2FXXXX10120.81a, ra
1087VINYLMETHYLETHER, GESTABILISEERD2FXXXX10100.67ra
1581MENGSEL VAN CHLOORPIKRINE EN
METHYLBROMIDE met meer
dan 2% chloorpikrine
2T850XXXX5101.51a
1582MENGSEL VAN
CHLOORPIKRINE EN METHYLCHLORIDE
2TdXXXX5170.81a
1589CHLOORCYAAN, GESTABILISEERD2TC80XX5201.03k
1741BORIUMTRICHLORIDE2TC2541XXXX5101.19a, ra
1749CHLOORTRIFLUORIDE2TOC299XXXX5301.40a
1858HEXAFLUORPROPEEN (KOELGAS R 1216)2AXXXX10221.11ra
1859SILICIUMTETRAFLUORIDE2TC450XXXX5200
300
0,74
1,10
a
1860VINYLFLUORIDE, GESTABILISEERD2FXXXX102500.64a, ra
1911DIBORAAN2TF80XX52500.07d, k, o
1912MENGSEL VAN METHYLCHLORIDE EN DICHLOORMETHAAN2FXXXX10170.81a, ra
1952MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN
KOOLDIOXIDE met ten hoogste
9% ethyleenoxide
2AXXXX10190
250
0,66
0,75
ra ra
19581,2-DICHLOOR-1,1,2,2- TETRAFLUORETHAAN (KOELGAS R 114)2AXXXX10101.30ra
19591,1-DIFLUORETHYLEEN (KOELGAS R 1132a)2FXXXX102500.77ra
1962ETHYLEEN (ETHEEN)2FXXXX10225
300
0,34
0,38
1965MENGSEL VAN
KOOLWATERSTOFGASSEN, VLOEIBAAR GEMAAKT, N.E.G.
2FXXXX10bra, ta, v, z
Mengsel A10100.50
Mengsel A0110150.49
Mengsel A0210150.48
Mengsel A010150.47
Mengsel A110200.46
Mengsel B110250.45
Mengsel B210250.44
Mengsel B10250.43
Mengsel C10300.42
1967INSECTICIDE, GAS, GIFTIG, N.E.G.2TXXXX5z
1968INSECTICIDE, GAS, N.E.G.2AXXXX10ra
1969ISOBUTAAN2FXXXX10100.49ra, v
1973MENGSEL VAN CHLOORDIFLUORMETHAAN EN CHLOORPENTAFLUOR-
ETHAAN, met een vast kookpunt, dat ca. 49% chloordifluormethaan
bevat (KOELGAS R 502)
2AXXXX10311.01ra
1974BROOMCHLOORDIFLUOR- METHAAN (KOELGAS R 12B1)2AXXXX10101.61ra
1975MENGSEL VAN STIKSTOFMONOXIDE EN DISTIKSTOFTETROXIDE (MENGSEL VAN STIKSTOFMONOXIDE EN
STIKSTOFDIOXIDE)
2TOC115XXX5k, z
1976OCTAFLUORCYCLOBUTAAN (KOELGAS RC 318)2AXXXX10111.32Ra
1978PROPAAN2FXXXX10230.43ra, v
1982TETRAFLUORMETHAAN (KOELGAS R 14)2AXXXX10200
300
0,71
0,90
19831-CHLOOR-2,2,2-
TRIFLUORETHAAN (KOELGAS R 133a)
2AXXXX10101.18ra
1984TRIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 23)2AXXXX10190
250
0,88
0,96
ra ra
20351,1,1-TRIFLUORETHAAN (KOELGAS R 143a)2FXXXX10350.73ra
2036XENON2AXXXX101301.28
20442,2-DIMETHYLPROPAAN2FXXXX10100.53ra
2073AMMONIAKOPLOSSING,
relatieve dichtheid minder dan 0,880 bij 15 °C in water,
4A
met meer dan 35%, maar ten
hoogste 40% ammoniak
XXXX5100.80b
met meer dan 40%, maar ten
hoogste 50% ammoniak
XXXX5120.77b
2188ARSEENWATERSTOF2TF20XX5421.10d, k
2189DICHLOORSILAAN2TFC314XXXX510
200
0,90
1,08
a
2191SULFURYLFLUORIDE2T3020XXXX5501.10u
2192GERMAANWATERSTOF c2TF620XXXX52500.064d, q, r, ra
2193HEXAFLUORETHAAN (KOELGAS R 116)2AXXXX102001.13
2194SELEENHEXAFLUORIDE2TC50XX5361.46k, ra
2195TELLUURHEXAFLUORIDE2TC25XX5201.00k, ra
2196WOLFRAAMHEXAFLUORIDE2TC160XX5103.08a, k, ra
2197JOODWATERSTOF, WATERVRIJ2TC2860XXXX5232.25a, d, ra
2198FOSFORPENTAFLUORIDE2TC190XX5200
300
0,90
1,25
k k
2199FOSFINE c2TF20XX5225
250
0,30
0,45
d, k, q, ra
d, k, q, ra
2200PROPADIEEN, GESTABILISEERD2FXXXX10220.50ra
2202SELEENWATERSTOF, WATERVRIJ2TF2XX5311.60k
2203SILICUMWATERSTOF (SILAAN) c2FXXXX10225
250
0,32
0,36
q q
2204CARBONYLSULFIDE2TF1700XXXX5300.87ra, u
2417CARBONYLFLUORIDE2TC360XXXX5200
300
0,47
0,70
2418ZWAVELTETRAFLUORIDE2TC40XX5300.91a, k, ra
2419BROOMTRIFLUORETHEEN2FXXXX10101.19ra
2420HEXAFLUORACETON2TC470XXXX5221.08ra
2421DISTIKSTOFTRIOXIDE2TOCVERVOER VERBODEN
2422OCTAFLUORBUTEEN-2 (KOELGAS R 1318)2AXXXX10121.34ra
2424OCTAFLUORPROPAAN (KOELGAS R 218)2AXXXX10251.04ra
2451STIKSTOFTRIFLUORIDE2OXXXX102000.50
2452ETHYLACETYLEEN, GESTABILISEERD2FXXXX10100.57c, ra
2453ETHYLFLUORIDE (KOELGAS R 161)2FXXXX10300.57ra
2454METHYLFLUORIDE (KOELGAS R 41)2FXXXX103000.63ra
2455METHYLNITRIET2AVERVOER VERBODEN
25171-CHLOOR-1,1-
DIFLUORETHAAN (KOELGAS R 142b)
2FXXXX10100.99ra
2534METHYLCHLOORSILAAN2TFC600XXXX5ra, z
2548CHLOORPENTAFLUORIDE2TOC122XX5131.49a, k
2599CHLOORTRIFLUOR-METHAAN EN TRIFLUORMETHAAN, AZEOTROPISCH MENGSEL,
dat ca. 60% chloortrifluormethaan
bevat (KOELGAS R 503)
2AXXXX1031
42
100
0,12
0,17
0,64
ra ra ra
2601CYCLOBUTAAN2FXXXX10100.63ra
2602AZEOTROPISCH MENGSEL VAN DICHLOORDIFLUOR- METHAAN EN DIFLUORETHAAN met ca. 74%
dichloordifluormethaan
(KOELGAS R 500)
2AXXXX10221.01ra
2676ANTIMOONWATERSTOF (STIBINE)2TF20XX52000.49k, r, ra
2901BROOMCHLORIDE2TOC290XXXX5101.50a
3057TRIFLUORACETYLCHLORIDE2TC10XXX5171.17k, ra
3070MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN DICHLOORDIFLUORMETHAAN
met ten hoogste 12,5%
ethyleenoxide
2AXXXX10181.09ra
3083PERCHLORYLFLUORIDE2TO770XXXX5331.21u
3153PERFLUOR(METHYLVINYL)- ETHER2FXXXX10200.75ra
3154PERFLUOR(ETHYLVINYL)- ETHER2FXXXX10100.98ra
3157VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, OXIDEREND, N.E.G.2OXXXX10z
31591,1,1,2-TETRAFLUORETHAAN (KOELGAS R 134a)2AXXXX10181.05ra
3160VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, BRANDBAAR, N.E.G.2TF<= 5000XXXX5ra, z
3161VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, BRANDBAAR, N.E.G.2FXXXX10ra, z
3162VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, N.E.G.2T<= 5000XXXX5z
3163VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, N.E.G.2AXXXX10ra, z
3220PENTAFLUORETHAAN (KOELGAS R 125)2AXXXX1049
35
0,95
0,87
ra ra
3252DIFLUORMETHAAN (KOELGAS R 32)2FXXXX10480.78ra
3296HEPTAFLUORPROPAAN (KOELGAS R 227)2AXXXX10131.21ra
3297MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN CHLOORTETRAFLUOR-
ETHAAN met ten hoogste 8,8%
ethyleenoxide
2AXXXX10101.16ra
3298MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN PENTAFLUORETHAAN met ten
hoogste 7,9% ethyleenoxide
2AXXXX10261.02ra
3299MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN TETRAFLUORETHAAN met ten
hoogste 5,6% ethyleenoxide
2AXXXX10171.03ra
3300MENGSEL VAN ETHYLEENOXIDE EN
KOOLDIOXIDE met meer dan
87% ethyleenoxide
2TF> 2900XXXX5280.73ra
3307VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, OXIDEREND, N.E.G.2TO<= 5000XXXX5z
3308VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, BIJTEND, N.E.G.2TC<= 5000XXXX5ra, z
3309VLOEIBAAR GEMAAKT GAS, GIFTIG, BRANDBAAR,
BIJTEND, N.E.G.
2TFC<= 5000XXXX5ra, z
3310VLOEIBAAR GEMAAKT GAS,
GIFTIG, OXIDEREND, BIJTEND, N.E.G.
2TOC<= 5000XXXX5z
3318AMMONIAKOPLOSSING,
relatieve dichtheid minder dan
0,880 bij 15 oC in water, met meer dan 50% ammoniak
4TCXXXX5b
3337KOELGAS R 404A (Zeotropisch mengsel van pentafluorethaan, 1,1,1-trifluorethaan en 1,1,1,2- tetrafluorethaan met ca. 44% pentafluorethaan en 52% 1,1,1-
trifluorethaan)
2AXXXX10360.82ra
3338KOELGAS R 407A (Zeotropisch mengsel van difluormethaan, pentafluorethaan en 1,1,1,2- tetrafluorethaan, met ca. 20% difluormethaan en 40%
pentafluorethaan)
2AXXXX10320.94ra
3339KOELGAS R 407B (Zeotropisch mengsel van difluormethaan, pentafluorethaan en 1,1,1,2- tetrafluorethaan, met ca. 10% difluormethaan en 70%
pentafluorethaan)
2AXXXX10330.93ra
3340KOELGAS R 407C (Zeotropisch mengsel van difluormethaan, pentafluorethaan en 1,1,1,2- tetrafluorethaan, met ca. 23% difluormethaan en 25%
pentafluorethaan)
2AXXXX10300.95ra
3354INSECTICIDE, GAS, BRANDBAAR, N.E.G.2FXXXX10ra, z
3355INSECTICIDE, GAS, GIFTIG, BRANDBAAR, N.E.G.2TFXXXX5ra, z
3374ACETYLEEN, OPLOSMIDDELVRIJ2FXX560c, p

  1.  Niet van toepassing op drukhouders van composietmaterialen.
  2. Voor mengsels van UN 1965 is de grootste toegestane vulmassa per liter inhoud als volgt:

 

P200 15

P200 16